FR
 
STARTPAGE Blogs
 
 
Grote bedrijven en kmo’s hebben elkaar meer nodig dan Lanoye denkt
published by , on 05/01/2015

Door Marc Ernst (directeur BizInfo, uitgever van o.a. HRMinfo.net & HRMblogs.com)

De fundamentele fout in de redenering van Lanoye en Los? Ze onderkennen de relatie niet tussen kmo’s en grote ondernemingen, op economisch vlak in het algemeen en inzake werkgelegenheid in het bijzonder.

Grosso modo zijn kmo’s (bedrijven met maximaal 250 medewerkers) in ons land goed voor bijna 70 procent van de tewerkstelling. In detail ziet het plaatje er als volgt uit: kleine ondernemingen (minder dan 50 medewerkers) zijn goed voor 52,8 procent van de jobs. De middelgrote (51 tot 249 medewerkers) staan in voor 16,1 procent van de tewerkstelling. 31,1 procent van de werknemers in dit land werkt in grote ondernemingen (meer dan 250 medewerkers).

Het beeld wordt nog genuanceerder indien men kijkt naar groei van de tewerkstelling. Recent onderzoek van het onderzoeksinstituut HIVA (KULeuven) toont aan dat voor de periode 2006-2012 in relatieve termen (in relatie tot het aantal bedrijven) zowel kleine ondernemingen als grote bedrijven een sterke groei inzake tewerkstelling vertonen.

Hoe kleiner de onderneming, hoe groter de werkgelegenheidsdynamiek. Het hoogste niveau van jobcreatie en jobdestructie zit bij micro-ondernemingen (minder dan 10 medewerkers). Voor de onderzochte periode zorgden de kmo’s, afhankelijk van het jaar, voor 56,7 tot 59,4 procent van de Vlaamse jobcreatie (tegenover 58,6 tot 59,8 ten honderd van de jobdestructie in Vlaanderen).

De tegenstelling die Lanoye en Los zien – eigenlijk creëren – tussen grote en kleine(re) ondernemingen is ook op andere vlakken niet zo absoluut als de auteurs denken. Onder meer de gecreëerde economische toegevoegde waarde toont dit aan.

42,2 procent en bij de grote bedrijven 38,2 procent.
Conclusie: zowel de grote als de kleine bedrijven leveren een aanzienlijke bijdrage aan de economie.

Jobcreatie

Grote bedrijven en kmo’s zijn  heel erg op elkaar aangewezen. Maar liefst 40 procent (ofwel meer dan 100 miljard euro!) van alle waarde die stroomt tussen in België gevestigde bedrijven, vindt plaats tussen een grote onderneming en een kmo. Veel toegevoegde waarde en jobs in de kmo’s hangen af van de relaties die ze met grote bedrijven hebben en omgekeerd. Als één groep zou verzwakken, zal het niet lang duren voordat ook de ander dit voelt. Onder meer de sluiting van Ford Genk, waarbij veel kleinere toeleveranciers werden getroffen, toont dit aan.

En dan is er nog de bewering van het duo Lanoye-Los dat een indexsprong geen mogelijkheid zou bieden voor jobcreatie. Ondanks tal van onzekere factoren is die mogelijkheid er wel degelijk. De jobcreatie zou dan, door de daling van de loonkost, vooral plaatsvinden in de exportgerichte bedrijven. Dat zijn vooral grote ondernemingen (aandeel van 66,3 procent).

Simulaties over de impact van een indexsprong op de werkgelegenheid zijn weliswaar geen 100 procent zekere maar behoorlijk waarschijnlijke voorspellingen. Ze worden ondersteund door studies van professor Joep Konings (KULeuven), de Nationale Bank en het planbureau. Hun forecasts zijn echter verschillend (van 27.000 tot 33.000 nieuwe jobs, tegen 2016 tot 2018 – afhankelijk van wie de berekeningen maakte).

Het planbureau berekende dat indien ieder jaar de lonen met 0,6 procent verminderen, dat over 4 jaar 27.000 jobs oplevert. Dat cijfer komt dicht in de buurt van de simulatie van Konings: hij berekende dat een indexsprong (wat overeenkomt met een loonmatiging van 2%) 30.000 jobs oplevert. De NBB voorziet dat een indexsprong 33.000 nieuwe jobs mogelijk maakt (en dat het verlagen van de werkgeversbijdragen goed is voor 19.000 nieuwe werkplaatsen). Die komen bovenop de jobs die er sowieso bijkomen, ook bij ongewijzigd beleid.

De basis van deze simulaties is het volgende: uit internationaal onderzoek blijkt dat de stijging van de loonkost met 1 percent aanleiding geeft tot 0,3 procent minder jobs. Voor België wordt rekening gehouden met een elasticiteit van 0,6 op de korte termijn en 1 procent  op de lange termijn. Nogmaals: bovenop de jobcreatie die er in elk geval plaatsheeft.

Jobcreatie is een vast gegeven, ook tijdens crisisjaren. Er waren in België nooit meer mensen aan het werk dan vandaag. Vergeleken met vijf jaar geleden telt ons land nu 125.000 banen meer, in vergelijking met tien jaar geleden 374.000 meer.

De beweringen en het pleidooi van de heren Lanoye en Los houden geen rekening met deze berekeningen, inzichten en feiten. Ze zijn eigenlijk op weinig meer gebaseerd dan hun hypotheses. Die bovendien sterk ideologisch gekleurd zijn.

(Dit opiniestuk verscheen oorspronkelijk op DeMorgen.be)

Post a reaction

Your email address will not be published. Required fields are marked *

* Comments are welcome in English, French or Dutch. Only reactions by authors who have stated their full name and e-mail address will be published. No mention of e-mail addresses will be made on the website. We only require them to enable us to contact the writer of the reaction should this prove necessary. HRMblogs.com reserves the right to delete reactions that are not in conformity with the general conditions and code of behaviour of this website.

recent reactions
 
poll

    Should an employer facilitate the practice of the Ramadan at the workplace?

    View Results

    Loading ... Loading ...

 
 
categories
 
archive
 
Disclaimer

Everything posted on this website/blog is the personal opinion of the individual contributor and does not necessarily reflect the view of BizInfo/HRMblogs or its clients, nor the author respective employer or clients.