FR
 
STARTPAGE Blogs
 
 
Faillissement TMP Worldwide alias TMP.adcomms: achtergronden en bedenkingen
published by , on 17/03/2010

Zoals bekend sprak de rechtbank van koophandel van Brussel op dinsdag 2 maart laatsleden het faillissement op bekentenis uit van TMP Worldwide. Dat bureau voor HR-communicatie was gekend onder zijn commerciële naam TMP.adcomms.

De vakmedia beperkten zich tot het louter reproduceren van de persberichten van De Facto en Geomedia, Insilencio en RCA over respectievelijk de overname van de klantenlijst van TMP.adcomms (in het geval De Facto en Geomedia) en de aanwerving van ex TMP-medewerkers (in casu door RCA en Insilencio).

Nochtans valt er over het faillissement van het qua ‘bestaffing’ en wellicht ook omzet tweede grootste bureau voor HR-communicatie van het land zo veel meer te vertellen (TMP.adcomms had 28 medewerkers. Universal Communication (UC) telt vandaag 29 personeelsleden. Van geen van beide bureaus zijn recente, officiële, omzetten bekend). Bijvoorbeeld dat TMP.adcomms een passief nalaat van minstens 2 en wellicht zelfs 3 miljoen euro. Het leeuwendeel van dat bedrag zullen de diverse wervingsmedia, waarvan in de eerste plaats marktleider Vacature-JobsCareer-Référénces, naar alle waarschijnlijkheid dienen af te boeken. De activa van TMP.adcomms die kunnen ten gelde gemaakt worden en het maatschappelijk kapitaal van de onderneming zijn immers (ruim) onvoldoende om de schuldeisers te kunnen betalen. De media staan bovendien alles behalve bovenaan in het rijtje van bevoorrechte crediteuren.

Maar ook de klanten van het bureau zijn de duppe van het faillissement. In de eerste plaats omwille van het plotsklapse karakter er van, waardoor ze tijdelijk in de knoei zitten inzake arbeidsmarktcommunicatie en moeten uitkijken naar een nieuwe partner op dat vlak. Maar ook omdat ze in nogal wat gevallen een streep mogen maken over het deel van de bureaucommissie waar ze contractueel recht op hebben maar dat hen nog niet was bezorgd (of dat van de toekomstige factuur zou worden afgetrokken).

Hoe is het zo ver kunnen komen? En waarom had niemand iets in de gaten terwijl er wel degelijk elementen waren die tot waakzaamheid en voorzichtigheid noopten. Historiek en analyse van een in alle opzichten merkwaardig faillissement.

Totale verassing ?

De algemene teneur bij klanten (adverterende bedrijven/overheden), medewerkers en de wervingsmedia is dat iemand het debacle had zien aankomen. Het heet een totale verassing te zijn. TMP.adcomms kwam inderdaad tot zowat 1 maand voor het neerleggen van de boeken zijn verplichtingen correct na ten aanzien van de wervingsmedia. Maar de betalingen aan leveranciers en freelance medewerkers gebeurden al een hele poos minder stipt, eigenlijk doorgaans veel te laat. Er is zelf een geval bekend van een los-vaste medewerker, met een zelfstandigenstatuut, die sinds november van vorig jaar niet meer betaald werd.

Feit is dat zelfs de TMP-personeelsleden zich geen zorgen maakten. In tegendeel, ze dachten dat het bedrijf goed draaide en de toekomst stralend was. Die misvatting was het gevolg van het totale gebrek enige transparantie op financieel vlak en communicatie over pecunaire aangelegenheden (omzet, winst, rentabiliteit enzovoort). En van een bewuste ‘goed-nieuws-show’ van het management, in casu van zaakvoerder Karin Legein. Want het bedrijf werd op nogal autocratische wijze geleid door Legein en enkel door haar. Al was er, sinds april 2008, formeel (het werd middels een persbericht wereldkundig gemaakt en de vakpers maakte er melding van), een tweede managing director: Jo Van Croonenborch. Maar enkel Legein was in het bezit van alle financiële informatie en deelde die met niemand anders. Blijkbaar ook niet met haar eigen raad van bestuur (hier over verder meer) en zelfs niet met managing partner Jo Van Croonenborch.

Dat valt althans te concluderen uit de verklaring van ex TMP-bestuurder (tot 26 september 2009) Van Croonenborch dat ‘2007 en 2008 afgesloten werd met goede financiële resultaten’. Dit commentaar werd ons via e-mail bezorgd. De stelling is enigszins verwonderlijk. Net zoals wel meer statements van de voormalige CEO van Corelio (de uitgever van o.a. De Standaard, Het Nieuwsblad en Jobat) en huidig consultant. (Volgens zijn LinkedIn-profiel is Van Croonenborch momenteel eigenaar van ‘De vrolijke wetenschap’. Deze bvba, die opgericht is in september 2004 en volgens de statuten zowat alles kan doen wat zakelijk denkbaar is, is zijn managementvennootschap. In 2004 was Van Croonenborch nog aan de slag bij Corelio, toen nog VUM geheten.)

Dat TMP.adcomms in 2007 en 2008 ‘afsloot met goede financiële resultaten’, zoals Van Croonenborch stelt, behoeft enige nuance. Het boekhoudjaar 2007 werd immers afgesloten met een verlies op het niveau van de resultaatrekening van 1.3 miljoen euro (1.356.000 euro om precies te zijn). Dat boekhoudkundige verlies, in werkelijkheid werd er een winst gemaakt van 672.000 euro, heeft alles te maken met de bizarre ‘onttrekking aan het eigen vermogen’ van niet minder dan 1,8 miljoen euro. 2008 vertoont dan weer wel een positief resultaat, zowel in de feiten (bedrijfswist van 532.000 euro) als boekhoudkundig (473.000 euro). Wel bevat de jaarrekening van 2008 een overgedragen verlies van 126.000 euro. Ook in dat jaar werden er gelden uit de onderneming gehaald via de, volledig legale, weg van de ‘onttrekking aan het eigen vermogen’. Maar ditmaal voor s’slachts’ 116.000 euro. Opmerkelijk is dan weer dat in beide jaren winst werd uitgekeerd – en nog geen klein beetje: 600.000 euro in 2007 en 440.000 euro in 2008. Waren die ei zo na twee miljoen euro die in 2007 en 2008 uit de vennootschap werden gehaald als reserve aangelegd of indien het eigen vermogen er mee was verhoogd, dan had TMP.adcomms naar alle waarschijnlijkheid niet hoeven de boeken neer te leggen.

De directe aanleiding voor het aanvragen van het faillissement was de intrekking van de kredietlijn van de bank(en). Sommige waarnemers leggen, totaal ten onrechte, de schuld voor het faillissement bij de bank(en). De werkelijkheid is dat die eerder en diepgaander dan de media op de hoogte waren van de onhoudbare financiële toestand van het bedrijf. En dat ze op basis van die informatie het risico als te hoog en dus als onverantwoord inschatten (anders gezegd: de kans op effectieve terugbetaling van de lening en het kaskrediet, of althans van een substantieel deel daarvan, als erg klein tot onbestaande beoordeelden).

Behalve inzake de toepassing van enige financiële spitstechnologie zijn de balansen van TMP.adcomms met betrekking tot 2007 en 2008 nog om andere reden interessant. Ze leren dat het bedrijf in beide jaren een niet onaanzienlijke schuld met zich meetorste (van respectievelijk 2,7 en 3,3 miljoen euro) van tekens 1,1 miljoen euro aan de bank(en). De overige schulden waren handelschulden (0,8 miljoen euro in 2007 en 1,3 in 2008). In 2007 en 2008 waren er ook schulden aan de belastingen en RSZ (respectievelijk 120.000 en 600.000 euro in 2007 en 150.000 en 640.000 euro in 2008). Financieel gezond ?

Tot slot, en niet minder belangrijk, geven de balansen overduidelijk aan wat in de markt algemeen bekend was: dat TMP.adcomms een prijsspeler was, marktaandeel kocht door zijn prijzen (zwaar) te ‘braderen’. Dat is een politiek die zich op termijn wreekt. De omzet van het bedrijf daalde tussen 2007 en 2008 van 10,2 naar 8,9 miljoen euro. En dit terwijl de markt in die periode als nooit voorheen booming was. Let wel: de omzet van een reclamebureau of bureau voor HR-communicatie mag niet vergeleken worden met die van een andere onderneming. De hier vermelde omzet van TMP.adcomms betreft bruto omzet waarbij de aangekochte media-ruimte (en dus ook de bureaucommissie die aan de klant geretourneerd wordt) inbegrepen is. Het is dus geen netto inkomen. Netto omzet/inkomen in een communicatiebureau zou vergelijkbaar zijn met de bruto marge in andere ondernemingen. Maar de bruto marge wordt in het geval van TMP.adcomms en de meeste communicatiebureaus niet gepubliceerd in de balansen (de concurrentie kijkt/leest immers mee en het doet ‘stoer’ aan met grote, maar weinigzeggende, cijfers te kunnen uitpakken)..

Voor 2009 zijn er nog geen omzetcijfers van TMP.adcomms bekend. De betreffende balans diende pas in juli te worden neergelegd.

Managing partner gebleven na ontslag als bestuurder

Behalve bestuurder was Van Croonenborch bij TMP.adcomms ook managing partner. Dat was niet enkel onderwerp van berichtgeving (dus ook van een perscommuniqué van het bedrijf) in HR Update van 30 April 2008 maar het staat ook vermeld op zijn LinkedIn-profiel. Hij had met andere woorden operationele verantwoordelijkheden in de onderneming. Dat Van Croonenborch zelden aanwezig was in de kantoren van TMP.adcomms en zich in de feiten niet echt inliet met het dagelijkse management doet daar niets aan af.

Hoe dan ook is zijn ‘beperkte’ functie als managing director niet gestopt per 24 september 2009 – de datum dat hij ontslag nam als bestuurder. Tot minstens 2 december van vorig jaar beschikte Van Croonenborch over een adcomms-email adres en beantwoordde hij mails die hem op dat adres bezorgd werden. Of opende ze minstens (we beschikken over zo’n ‘read conformation’ op die datum van een mail aan hem gericht).

Het is opvallend dat Van Croonenborch vandaag in het e-mail interview dat we met hem hadden met geen woord rept over zijn functie bij TMP.adcomms als managing director. Toegegeven: we vroegen er niet expliciet naar. Maar we kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat hij dat gegeven probeert onder de mat te vegen. Zijn bewering ‘ik ben niet meer betrokken bij TMP sinds de zomer van 2009’ is in elk geval onjuist. En niet enkel omdat op 24 september 2009, de datum van zijn ontslag als bestuurder, de zomer zowel kalendermatig als weerkundig voorbij is.

Sommige bronnen, waaronder voormalige TMP-bestuurders, stellen dat Van Croonenborch ook aandeelhouder van het bedrijf was. Dat wordt evenwel door hem ontkent. Uitsluitsel hier over kan onder meer gebracht worden door het aandelenregister.

Indien Jo Van Croonenborch inderdaad nooit aandeelhouder was van TMP.adcomms is de vraag of ‘de stille vennoot’ waarvan ooit melding werd gemaakt in een persbericht (hier over verder meer) dat altijd gebleven is en zo niet wie dan zijn aandelen overkocht. Ook de identiteit van die ‘stille vennoot’ is een raadsel. Wettelijk gezien is een Naamloze Vennootschap verplicht over minstens twee vennoten te beschikken.

Wat ongetwijfeld een juridisch probleem stelt is het feit dat de vennootschap, sinds haar algemene vergadering van 26 september 2009 (waarbij de drie bestuurders ontslag namen) nog slechts één bestuurder had: Karin Legein. Dat is niet in overeenstemming met de vennootschapswetgeving (betreffende de NV’s). NV’s moeten minstens over twee bestuurders beschikken. In principe is het aantal bestuurders van een NV zelfs vastgesteld op drie. Wanneer er echter slechts twee oprichters zijn, of er maar twee aandeelhouders meer zijn mag de raad van bestuur worden beperkt tot twee leden. Of  TMP.adcomms inderdaad is opgericht door slechts twee personen en of het op een bepaald moment slechts twee aandeelhouders had, is mede omwille van de lange historiek van het bedrijf (de roots van TMP.adcomms gaan terug tot het voormalige RC&S, opgericht begin jaren tachtig van vorige eeuw) onduidelijk.

Legein was op het moment van het neerlegging van de boeken in eigen naam (gedelegeerd) bestuurder van de vennootschap –  dat sinds september van vorig jaar. Ze is dus hoofdelijk verantwoordelijk voor mogelijke daden van slecht bestuur die geleid (kunnen) hebben tot het faillissement.

In de periode voordien, met name tussen 1 januari 2008 en 26 september 2009, was ze gedelegeerd bestuurder van TMP.adcomms namens de bvba PS 28. Dat is haar managementvennootschap. Juridisch gezien was PS 28 gedelegeerd bestuurder en werd de firma vertegenwoordigd door Karin Legein. Dat vennootschappen bestuursmandaten opnemen en daarbij vertegenwoordigd worden door hun zaakvoerder is niet ongebruikelijk. De constructie biedt immers extra bescherming inzake verantwoordelijkheid van bestuurders – gedelegeerde of gewone.

Tussen de management buy out eind 2004 (meer bepaald sinds 24/12/2004) en 1 januari 2008 was Karin Legein ook al in eigen naam gedelegeerd bestuurder van TMP.adcomms.

De ‘constructie’ met PS 28 is in het licht van de latere ontwikkelingen, met name het faillissement, een gegeven dat vragen oproept. Hoe dan ook lijkt het er sterk op dat men in de ongetwijfeld woelige periode die aan het faillissement voorafging een paar administratieve en juridische steekjes liet vallen. Die onzorgvuldigheden hebben mogelijks grote gevolgen op het vlak van de aansprakelijkheid van de gedelegeerd bestuurder.

De persoonlijke (burgerrechtelijke en strafrechtelijke) aansprakelijkheid in geval van grove fouten die geleid hebben tot het faillissement geldt trouwens niet enkel voor de gedelegeerd bestuurder maar voor iedereen die bestuursverantwoordelijkheid droeg tijdens de zes maanden, de zogenaamde verdachte periode, die voorafgingen aan de vaststelling van de staking van betaling – zeg maar van het faillissement. (Die periode van zes maand kan trouwens in uitzonderlijke gevallen, bij ernstige aanwijzingen van onregelmatigheden, verlengd worden door de vervroeging van de datum van staking van betaling met terugwerkende kracht door de rechtbank via een vonnis te laten vastleggen. Onder meer in het geval van de faling van Fides Consulting, het HR-adviesbedrijf van de controversiële ‘zakenman’ Filip De Saeger is dit gebeurd).

Behalve Van Croonenborch en Legein bestond de raad van bestuur van TMP.adcomms in de periode 21/11/2007 – 26/9/2009 eveneens uit Peter Vermeiren (een accountant-bedijfsconsultant) en Luc Derijcke (executive professor Universiteit Antwerpen/ UAMS – verantwoordelijke voor het vakgebied ‘Mens & Organisatie’).

Personeelsbestand ongewijzigd ondanks crisis

Hoe slecht Jo Van Croonenborch, bestuurder tot 26 september 2009 en samen met Karin Legein managing director tot minstens 2 december van dat jaar, op de hoogte was van het reilen en zeilen van TMP.adcomms blijkt ook uit het feit dat hij, tegen de werkelijkheid in, vandaag beweert dat het bedrijf in de loop van vorig jaar de tering naar de nering zette en het aantal medewerkers (FTE’s) verminderde. Niets is echter minder waar. Meer zelfs: terwijl alle HR-communicatiebureaus hun personeelsbestand in die periode drastisch hebben ingekrompen (Universal Communications van 45 naar 29 medewerkers) werkten er bij TMP.adcomms eind 2009 krek evenveel mensen als in het begin van het jaar: 28. In januari werden er bovendien nog twee nieuwe medewerkers aangeworden (Geert Serneels, die van communicatiebureau Groep C kwam waar sinds oktober 2008 algemeen directeur was – voorheen was hij dat bij Jobat, als commercieel directeur en Joëlle Daese als account manager. Daese werkte al eerder bij TMP).

Terwijl de markt van de personeelsadvertenties globaal met zowat 50 % achteruitging (sommige wervingsmedia en ook communicatiebureaus zagen hun omzet echter met 60 tot zelfs 70 procent dalen), bleven er bij TMP.adcomms even veel medewerkers aan de slag als in de periode van voor de crisis. Vanaf januari 2010 werkten er zelfs twee meer dan eind 2008/begin 2009. Sommige personeelsleden vonden dat toch wel wat raar en interpelleerden Legein daar over. Maar volgens haar kon het bedrijf zich dat gerust veroorloven gezien de omzetstijging wegens de internetdraai die het bureau eerder en grondiger maakte dan zijn concurrenten (wat de achteruitgang in omzet uit de print deels compenseerde) en door de toegenomen rentabiliteit (door efficiëntieverbetering). Beide argumenten zijn nonsens. Online adverteren, waarin het bureau inderdaad iets beter scoorde dan de meeste van zijn concurrenten, mag gezien de crisis aan belang zijn toegenomen wegens goedkoper, de groei er van compenseert geenszins het geleden omzetverlies door de ineenstorting van het aantal print-advertenties. En door het archaïsch remuneratiesysteem van de Belgische communicatiebureaus, zeker op HR-vlak, op basis van een percentage van de prijs van de advertenties/het mediabudget (hier over verder meer) daalde de marge en dus de rentabiliteit. Dat gebeurde in nog forsere mate dan de omzetterugval.

De omslag naar e-recruitment was bij TMP.adcomms trouwens minder fundamenteel dan werd beweerd. In werkelijkheid ondervonden de pleitbezorgers daar van onder de medewerkers een niet geringe weerstand van het management, lees: van Legein, om ten volle en consequent de internetkaart in het algemeen en die van de social media in het bijzonder te trekken. Een bedje waarin trouwens niet enkel TMP.adcomms ziek was  en vandaag de meeste HR-communicatiebureaus nog steeds zijn.

Bestuurders amper of niet geïnformeerd

Voor twee van de drie bestuurders van TMP.adcomms die tot 26 september 2009 in functie waren, kwam het faillissement aan als een donderslag bij heldere hemel. Jo Van Croonenborch vernam het, naar eigen zeggen, pas op 4 maart – twee dagen nadat het was uitgesproken. Paul Vermeiren en Luc Derijcke wisten toen we ze contacteerden (op 11 en  15/3) niet dat TMP.adcomms de boeken had neergelegd.

Het ontslag van Van Croonenborch, Vermeiren en Derijcke op 25 september 2009 (met ingang op 26/9.2009) is, vooral in het licht van de latere ontwikkelingen, al even opmerkelijk dan hun aanstelling destijds. Dat pas drie jaar na de management buy out door Karin Legein een raad van bestuur die naam waardig werd aangesteld, is nogal vreemd. De vorige bestuurders sinds de overname door Legein (juridisch sinds 24/12/2004) – Peter Blondeel en nadien Frank De Wulf (een Gentenaar die ook een videobedrijfje runt) – hadden immers geen enkele kennis van de markt waarin TMP opereerde. En bestuurservaring van een bedrijf van enige omvang was hen evenzeer vreemd.

Er mag bovendien ernstig getwijfeld worden aan het feit dat ze hun mandaat behoorlijk uitvoerden. De Wulf verklaarde ons dat hij ‘slechts van heel ver af bij het bestuur van de onderneming betrokken was, eigenlijk van weinig of niets op de hoogte was’. Het is niet bekend of dat voor Blondeel anders was. Blondeel was bestuurder van 24/12/2004 tot 1/10/2006. De Wulf van 1/10/2006 tot 16/11/2007.

Management buy out en ‘stille aandeelhouder’

Eind 2004 kocht Karin Legein, samen met een ‘stille aandeelhouder’ TMP.adcomms, dat toe nog TMP Worldwilde heette, over van het Amerikaanse moederbedrijf TMP Wordwide.

Over die managent buy out uit 2004 doen er verschillende verhalen de ronde. Zo bestaat er een hardnekkige versie die stelt dat de buy out gebeurde voor slechts één symbolische euro maar wel met overname van het sociaal passief .

Het ziet er naar uit dat dit pure gossip is. Wel waar is dat het moederbedrijf bij het afstoten van enkele van haar filialen (behalve in België gebeurde dat ook in onder meer Nederland, Frankrijk, Duitsland, Zweden en Rusland) niet het onderste uit de kan wilde halen. Men verkoos immers dat de betreffende bureaus als ‘affiliated’ zouden blijven deel uitmaken van het netwerk en dat ze geleid bleven door het zittende management. Blijft echter wel de vraag hoeveel er betaald werd en waar Legein de nodige financiële middelen voor de overname vond.

Blijkbaar haalde Legein – in de veronderstelling dat zij eveneens participeerde in het kapitaal van de onderneming (wat waarschijnlijk maar niet zeker is – en indien niet rijst de vraag naar de identiteit van de tweede, wettelijk verplichte, aandeelhouder) – de middelen om haar participatie te kunnen financieren bij een of meerdere banken. Uit eigen vermogen konden die wellicht niet komen. Haar professionele verleden in het algemeen en een eerder (wellicht persoonlijk) faillissement maakte zulks naar alle waarschijnlijkheid onmogelijk. De licentiate toegepaste economische wetenschappen met tevens een MBA op zak (beide behaald aan de universiteit Limburg) was voordat ze aan de slag ging bij TMP Worldwide als sales/account manager werkzaam bij JobsCareer en na diens overname door Vacature kortstondig bij deze laatste. Daarvoor was ze ondermeer marketing verantwoordelijke bij Harol en Centerparcs en richtte ze het huis aan huis blad Blij Leven op. Dat ging evenwel op de fles.

In 2002 begon ze bij TMP als sales-verantwoordelijke en twee jaar later nam ze het bedrijf ‘over’ (minstens gedeeltelijk –zie verder) en kwam ze er aan het hoofd van te staan als gedelegeerd bestuurder en managing director.

Bij de overname was er behalve Legein zelf ook een ‘stille aandeelhouder’ in het spel. Dat verklaarde Legein zelf in een persbericht (dat toen werd uitgestuurd door PR-bureau Leads United, het huidige Tryggr & Flemming). Over de identiteit van die stille maar vooral geheime financier doen er ook allerlei verhalen de ronde.  De meest geciteerde naam in dat geval is P.M. (de tegenwoordig in Zuid-Afika verblijvende ex general manager van Monster.be en nadien werkzaam in een Europese functie bij Monster). Volgens een voormalige internationaal kaderlid van TMP Worldwide, die L. goed gekend heeft, is de kans dat dit inderdaad het geval is bijzonder klein. In die tijd heeft de moederholding waar zowel TMP Worldwilde als Monster nog deel van uitmaakten onder druk van de markt (en van de analisten) de banden doorgeknipt tussen de jobsite (Monster), de communicatiebureaus (TMP) en de HR-adviesbureaus (zoals in ons land het voormalige De Witte & Morel – vandaag Hudson geheten). Daden die haaks stonden hier op, zoals een stille participatie van een Monster-kaderlid in een communicatiebureau (dat bovendien voorheen behoorde tot de zelfde holding) zou zware gevolgen hebben gehad op imago en juridisch vlak mocht dat ooit uitlekken. Geen verstandig mens, en L. is pienter aldus onze bron, zou het in zijn hoofd halen om dergelijk risico te lopen. (Een mail naar L. om tekst en uitleg bleef onbeantwoord.) Blijft de vraag: wie was die stillen vennoot?  En wie werd later (eveneens) aandeelhouder van TMP.adcomms ?

Opvallend en tevens intrigerend is dat in het hier boven vernoemd persbericht van destijds sprake is van een ‘partiële’ BMO. Dit roept vragen op. De meest belangrijke passage uit het persbericht is (letterlijk): “Peter heeft het totale proces van de partiële management buy out begeleid. Vertrekkende van een waardebepaling en het business plan voor de volgende jaren, hebben we eerst bepaald hoever we financieel konden gaan. Daarna heeft hij met de stille aandeelhouder onderhandeld en werd een voorakkoord bereikt. Verder moest financiering gezocht worden om de uitkoop te kunnen betalen – uiteindelijk werd het dossier bij verschillende banken goedgekeurd, en hebben we voor de voordeligste en meest flexibele oplossing gekozen. Na de buy out is Peter een tijdlang onafhankelijk bestuurder geweest om de financiële evolutie op de voet te volgen. ”

De Peter waarvan sprake is Peter Blondeel, de toenmalige levensgezel (volgens sommige bronnen echtgenoot) van Legein.

The Communication House

In april 2008 ging TMP.adcomms een alliantie aan met The Communication House, een Gents reclamebureau werkzaam op onder meer (niet uitsluitend) het vlak van wervingscommunicatie en corporate branding. Het bureau werd geleid door Philippe Demeyer en Saskia Martens. Op het moment van de samenwerking met TMP.adcomms was Demeyer zaakvoerder. Hij werd creatief directeur bij TMP.adcomms.

De associatie met TMP.adcomms moet weinig succesvol geweest zijn – of speelde er iets anders ? –  want nog geen jaar later legde The Communication House de boeken neer. De rechtbank van koophandel te Gent verklaarde op 29 mei 2009 The Communication House bvba, op bekentenis, failliet. Demeyer bleef echter verbonden aan TMP.adcomms en vandaag is hij, zoals vier andere ex TMP.adcomm-medewerkers (niet de minste trouwens), werkzaam bij RCA. Hij is er, zoals destijds bij TMP.adcomms, creatief directeur.

Net als De Facto en Insilencio en trok RCA ex TMP-medewerkers aan (nadat ze formeel ‘ontslagen’ waren door de curator). In het geval van RCA vijf in het totaal en startte men met die ploeg en aangevuld met nog een vijftal experten die al werkzaam waren bij het bureau (op het vlak van online communicatie, public relations, overheidscommunicatie) een vestiging in Brussel. Die is niet exclusief maar wel in ruime mate gespecialiseerd in HR-communicatie. RCA is een Limburgs communicatiebureau en had al een beperkte afdeling voor HR-communicatie. In totaal telde RCA 65 medewerkers (nu dus 70) en realiseerde het in 2009 een globale omzet van 12,5 miljoen euro. Naar eigen zeggen bedroeg de omzet van het departement HR-communicatie vorig jaar 5 miljoen euro. Met die nieuwe medewerkers afkomstig van ex TMP.adcomms verwacht men een forse groei, vooral op het vlak van arbeidsmartkcommunicatie.

Dat RCA meer dan anderen snel en verstandig op de opportuniteit heeft ingespeeld (de meeste en de beste ex TMP-mensen heeft aangeworden), en niet domweg zoals De Facto of Geomedia geld op tafel legde (naar verluidt 50.000 euro) voor de klantenlijst (zeg maar een Exel-sheet met namen en contactgevevens van TMP-klanten) – die klanten zijn uiteraard vrij om al dan niet met de twee bureaus in zee te gaan – wekt blijkbaar enige jaloezie op bij de concurrenten. Want het aantal indianenverhalen die uit die hoek verspreid worden zijn haast niet te tellen.

Het hardnekkigste van die roddels is dat Karin Legein aan de slag zou zijn bij RCA, dat zij achter de schermen de leiding zou hebben over de nieuwe unit. Het zou van erg veel onvoorzichtigheid en zelfs roekeloosheid of erger getuigen mocht RCA zich tot dergelijke ‘constructie’ lenen. Of Legein inderdaad de dag voor het faillissement enkele klanten opgebelde en om een afspraak vroeg en dan daarbij de naam RCA gevallen is, zoals sommigen beweren, lijkt weinig plausibel. Hoe dan ook is er niemand van de door ons gecontacteerde klanten die het verhaal kan (of wilt) bevestigen.

(P.S. Ondanks verwoede pogingen, onder meer via de curator van het faillissement van TMP.adcomms, is het ons niet gelukt om contact te krijgen met de hoofdrolspeler in dit verhaal: Karin Legein.)

Commentaar

Of het debacle van TMP.adcomms inderdaad kenschetsend is voor de financiële, organisatorische en zelfs existentiële malaise binnen de sector van de HR-communicatie in dit land, vooral onder de bureaus terzake – een stelling van sommige waarnemers –  is een vraag die niet zo maar op een-twee-drie te beantwoorden valt. Er spelen in dit dossier immers nogal wat specifieke omstandigheden/aspecten. Feit is echter wel dat de sector inderdaad woelige tijden doormaakt en dat die nopen om veel zaken in vraag te stellen, om de evidenties van gisteren en vandaag ter discussie te stellen.

Wat gebeurde bij TMP.adcomms dient wellicht ook in het licht gezien te worden van een zeker lichtheid en het gebrek aan professionalisme van de bureaus voor HR-communicatie in dit land. Dat tot hiertoe slechts één bureau, dat bovendien een generalistisch reclame- en marketingbureau is en geen exclusieve aanbieder van HR-communicatie (met name VVL/BBDO – zie verder) er in geslaagd  is om een Effie-award in de wacht te slepen voor bewezen doeltreffendheid van de communicatie stemt tot nadenken. Het feit dat, over al die jaren, slechts twee in HR-communicatie gespecialiseerde bureaus (we kennen hun namen maar uit pudeur maken we ze niet bekend) überhaupt een dossier indienen en dat dit niet eens de tweede selectieronde haalde wegens ‘te licht bevonden’ (de cases konden dus niet of in onvoldoende mate de doeltreffendheid van de campagne hard maken) zou moeten tot kritische zelfreflectie aanzetten.

In verband met de Effie-award en de wenselijkheid om HR-cases in te dienen verwijs ik naar een eerder blogpost (van ongeveer een jaar geleden) van me : Bewijs dat arbeidsmarktcommunicatie werkt ! Benieuwd wie van de bureaus voor HR-communicatie dit jaar zal meedingen. De dossiers kunnen tot 24 maart ingediend worden. Klik hier voor meer info.

De sector doet er ook goed aan om concrete lessen te trekken uit de lotgevallen van TMP.adcomms. En ze ter harte te nemen, te implementeren. Een beetje snel graag. Een van die leringen is ongetwijfeld dat dient afgestapt van het archaïsche remuneratiemodel van de bureaus (het commissiesysteem) en moet geopteerd worden voor een vergoeding op uur en/of projectbasis.

Het geval TMP zou ook aanleiding mogen geven aan een grondige denkoefening over de vraag of het wel zo verstandig is om exclusief te focussen op HR-communicatie. Daar kan om meerdere redenen aan getwijfeld worden. Zo is er het feit dat in de pluridisciplinaire bureaus, die meerdere specialismen aanbieden (behalve HR-communicatie ook corporate communications, marketing-communicatie, public relations enz.), de afdeling HR-communicatie kan gebruik maken van de expertise van de andere vakgebieden (op het vlak van effectiviteit maar ook creativiteit). Zo’n pluridisciplinaire bureaus zullen ook zorgen voor de noodzakelijke upgrade van de HR-communicatie. Daarnaast maakt dergelijke constellatie de bureaus ook minder gevoelig voor de conjunctuur van de arbeidsmarkt.

In afwachting van het definitief afstappen van dat oubollige en betwistbare vergoedingsmodel (dat structureel aanzet tot suboptimale mediakeuzes en afwegingen terzake op eerder financiële dan op rationele, mediatechnische, grond) zou de sector kunnen/moeten werk maken van het uittekenen van een systeem om de financiële risico’s te beperken en te ‘verzekeren’. Daarbij kan gedacht worden aan de aanpak van de uitzendwereld of de sociale secretariaten. Ook daar gaan grote sommen naar die betreffende dienstverleners, bedragen waarmee ze hun eigen kosten dienen te betalen maar die ook deels moeten doorgestort naar andere partijen (waaronder de overheid, in casu de RSZ).  Om erkend te worden dienen sociale secretariaten en uitzendkantoren belangrijke bedragen vast te leggen (te blokkeren) in onafhankelijk gerunde ‘fondsen’ die opgezet zijn om aangesproken te worden op het moment dat er iets misloopt zoals bij een faillissement.

Tot slot (ik heb het al eerder, hier en elders gesteld) lijkt het me geen overboddig luxe om werk te maken van het upgraden van het (professionele) niveau van wie in de bedrijven verantwoordelijk is voor HR-communicatie. Het profiel en de track record van die medewerkers, die meestal ressorteren onder het HR-departement, is doorgaans nogal zwak. Relevante ervaring en dito successen op marketing- en communicatievlak, bij een ‘grote’  professionele adverteerder of in een beter (zeg maar top 10) reclame- en marketingbureau is er zelden bij. Die vaststelling geldt trouwens ook voor de meeste verantwoordelijke voor marketing en communicatie bij de HR-dienstverleners – maar dat is een ander verhaal.

————————————————————————————————————-

Extraatje

Het nieuwe jaarboek van de Stichting Marketing is uit. Met een artikel over social media van me er in: Van buzz naar biz.

De editie van van 1994 bevatte ook een bijdrage van mij: Totaal is optimaal. Het waarom en hoe van totale communicatie en het management er van. Maar dan geschreven in de toenmalige spelling (kommunikatie).

Attente geesten zullen ongetwijfeld het niet geringe verschil opmerken tussen de foto’s van uw dienaar die afgedrukt staan bij de artikelen. Er gaapt dan ook 16 jaar tussen beide. Dat scheelt. Een pak haar bijvoorbeeld.

Graag bied ik u ook de executive summary aan van het Witboek over ‘rekruteren via social media’. Uitgegeven door HRMinfo.net (één van de websites van BizInfo, de firma waar ik zaakvoerder van ben en die onder meer HRMblog.com en HRMinfo.net uitgeeft). Het uitvoerige edito van die publicatie, die eigenlijk over HR-communicatie en HR-marketing gaat, is eveneens van mijn hand. En de algemene ‘aansturing’ van de white paper ook trouwens.

Mijn artikel over strategische arbeidsmarktcommunicatie (als een vorm van integratie van jobmarketing en corporate communications), dat in 1999 verscheen in MediaGids (een toenmalige, losbladige, publicatie van Kluwer), schets het ruimere plaatje van de rekruteringscommunicatie, al dan niet online en al dan niet via social media, en geeft handvatten om die op een strategisch niveau te tillen.

Tot slot, een ietwat vreemde eend in de bijt: een een stuk over de politieke variant van communicatie & marketing, over politieke marketing en dito communicatie: Het verschil tussen de SP en SPA Rood. Het artikel, eveneens door mij geschreven, verscheen in 1991 in het toenmalige tijdschrift Socialistische Standpunten, het huidige Sampol (Samenleving en Politiek), een lezenswaardige periodiek van progressieve signatuur.

Vandaag doet die bijdrage wat gedateerd aan. Maar het had destijds wel een, achteraf gezien, nogal visionaire titel. De naamsverandering van SP naar SP.a gebeurde pas een paar jaar later. En SP.a Rood, de militante linkervleugel van de SP.a met Erik De Bruyn als boegbeeld, bestond toen ook nog niet.

Post a reaction

Your email address will not be published. Required fields are marked *

* Comments are welcome in English, French or Dutch. Only reactions by authors who have stated their full name and e-mail address will be published. No mention of e-mail addresses will be made on the website. We only require them to enable us to contact the writer of the reaction should this prove necessary. HRMblogs.com reserves the right to delete reactions that are not in conformity with the general conditions and code of behaviour of this website.

recent reactions
 
poll

    Should an employer facilitate the practice of the Ramadan at the workplace?

    View Results

    Loading ... Loading ...

 
 
categories
 
archive
 
Disclaimer

Everything posted on this website/blog is the personal opinion of the individual contributor and does not necessarily reflect the view of BizInfo/HRMblogs or its clients, nor the author respective employer or clients.