FR
 
STARTPAGE Blogs
 
 
De tirannie van de aandeelhouders
published by , on 26/01/2010

Door Paul de Grauwe (hoogleraar economie  KU Leuven)

Een economisch systeem kan maar overleven als er een brede maatschappelijke consensus bestaat dat dit systeem goed is voor het overgrote deel van de bevolking. Het marktsysteem zoals dat in de naoorlogse periode werd ontwikkeld, putte zijn kracht uit het feit dat het gesteund werd door een consensus die het zelf had gecreëerd. De materiële vooruitgang die dat systeem mogelijk maakte, werd gespreid over een groot deel van de bevolking. Werknemers and werkgevers profiteerden samen van deze vooruitgang.

Deze consensus is aan het afbrokkelen, vooral omdat de perceptie is gegroeid dat werknemers en werkgevers niet op dezelfde wijze profiteren van materiële vooruitgang. Een systeem dat het mogelijk maakt dat de top van de onderneming (denk aan AB InBev) fantastische bonussen opstrijkt precies omdat het werknemers afdankt, kan niet op de sympathie van de mensen rekenen en graaft zijn eigen graf.

Hoe zijn we zo ver geraakt? Het is nuttig om daarvoor even terug te kijken naar de jaren zeventig. Toen kende het systeem ook een crisis. Grote takken van de industrie werden ontmanteld en tienduizenden arbeiders verloren hun baan. In feite was de afbraak van de industriële tewerkstelling toen nog intenser dan vandaag, vooral in Wallonië. In iets meer dan tien jaar steeg de werkloosheid van 100.000 tot 600.00. De eerste reactie van de overheid bestond erin bedrijven in moeilijkheden te subsidiëren en massale programma’s van overheidstewerkstelling uit de grond te stampen. Deze programma’s werkten echter niet en botsten snel tegen de grenzen van de budgettaire realiteit.

Het falen van de overheid om de economie in nieuwe banen te leiden bracht een ommekeer in het denken. Meer en meer groeide de idee dat het marktsysteem beter geplaatst was dan de overheid om duurzame jobs te creëren en tegelijk materiële vooruitgang voor iedereen mogelijk te maken. Overal in de wereld werd aan deregulering en privatisering gedaan. Deze tendens creëerde inderdaad een nieuwe dynamiek van groei en vooruitgang niet alleen bij ons, maar vooral in de armste landen van de wereld. Het leidde sommigen tot het besluit dat het einde van de geschiedenis nabij was en dat de toekomst was weggelegd voor liberale democratieën.

Het einde van de geschiedenis

Ik denk dat deze analyse van Fukuyama fundamenteel juist is, maar zoals zo dikwijls sloeg de slinger te ver door. Te veel mensen begonnen te geloven dat alle maatschappelijke problemen door de vrije markt kunnen opgelost worden, en dat de rol van de overheid overal moest worden teruggedrongen. Zo werd onder invloed van dit marktfundamentalisme de bankregulering ontmanteld en werd de banken toegelaten te gokken in de aandelenmarkten en in andere financiële markten. De theorie was dat de bankiers beter dan de overheid wisten wat goed was voor hen en voor ons, en dat het systeem voldoende zelfregulerende eigenschappen had. De feiten hebben nu aangetoond hoe verkeerd die theorie was.

Een nog meer fundamentele ontsporing ontstond toen de idee ingang vond dat de controle op de onderneming moest gebeuren door de aandelenmarkten. Een goed bedrijf was een bedrijf waarvan de aandelenkoers stijgt; een slecht bedrijf waarvan de aandelenkoers daalt. De aandelenmarkten moesten het ultieme oordeel vellen over de kwaliteit van een onderneming en haar management. In theorie een schitterende idee. De realiteit evolueerde anders. In de aandelenmarkten spelen psychologische factoren als euforie en depressie, optimisme en pessimisme een even grote rol als fundamentele economische factoren. Als dan de vergoedingssystemen van het topmanagement meer en meer gekoppeld werden aan de evolutie van de aandelenkoers, was het hek van de dam. Bedrijfsleiders, vooral van grote ondernemingen, wier vergoeding gekoppeld is aan de aandelenkoers deden alles om deze koers op te krikken om op die manier snel geld op zak te steken. De lange termijn werd opgeofferd aan de korte termijn. De winst die gerealiseerd kan worden door werknemers af te danken leidt onmiddellijk tot meer bonussen, maar ondermijnt de lange termijn voordelen van een vertrouwensrelatie tussen de werkgever en de werknemer. Conflict, in plaats van samenwerking wordt opnieuw de basis van de relaties tussen werkgevers en werknemers.

Dit zijn gevaarlijke tendenzen die de maatschappelijke aanvaarding van een vrij marktsysteem aantasten. De grootste vijanden van het kapitalisme vandaag zijn niet de vakbonden die protesteren voor de poorten van de grote Leuvense brouwer, maar de ceo’s zoals Carlos Brito, die de champagneflessen ontkurken na een succesvolle rationalisatie (lees: afdankingen).

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat het kapitalisme gered wordt uit de greep van de kapitalisten? Dat is de systeemvraag die zich vandaag stelt. De verantwoordelijkheid ligt hier in eerste instantie bij het bedrijfsleven zelf. Dit moet ervoor zorgen dat het Angelsaksische systeem van corporate governance dat gebaseerd is op de tirannie van de aandelenmarkten bijgesteld wordt. De overheid moet hier ook optreden, onder andere door, zoals vroeger, vergoedingen gebaseerd op optiecontracten te belasten als loon.

Ten slotte, moet de overheid in België en in Europa het bankstelsel grondig hervormen. De bankiers zijn meer en meer geëvolueerd van kredietverleners tot speculanten. Ze hebben eveneens bijgedragen tot een evolutie naar een casinokapitalisme. De Amerikaanse president, Barack Obama, heeft verleden week de aanzet gegeven. Het businessmodel van de banken moet grondig herzien worden, waarbij een aantal risicovolle activiteiten van de banken aan banden worden gelegd.

We gaan door een periode van grote economische aanpassingen. Vele banen zullen verdwijnen, vooral in de industrie. Tot nu toe is het marktsysteem er altijd in geslaagd om voor een verloren job een nieuwe, meestal interessantere job te vinden. Niet onmiddellijk natuurlijk, maar na verloop van tijd wel. Dit mechanisme vormt de basis van het vertrouwen dat de mensen hebben in het systeem en in de bedrijfsleiders. Maar als deze laatste meer en meer gepercipieerd worden als korte termijn speculanten dan is er een probleem. We kunnen alleen maar hopen dat de bedrijfsleiders de ernst van dit probleem op tijd onderkennen.

Paul de Grauwe is hoogleraar economie aan de KU Leuven. Wat? De vrije markt is geen tovermiddel om welvaart te creëren. Waarom? De slinger is te ver doorgeslagen.

(Deze column verscheen tevens in De Standaard)

Post a reaction

Your email address will not be published. Required fields are marked *

* Comments are welcome in English, French or Dutch. Only reactions by authors who have stated their full name and e-mail address will be published. No mention of e-mail addresses will be made on the website. We only require them to enable us to contact the writer of the reaction should this prove necessary. HRMblogs.com reserves the right to delete reactions that are not in conformity with the general conditions and code of behaviour of this website.

recent reactions
 
poll

    Should an employer facilitate the practice of the Ramadan at the workplace?

    View Results

    Loading ... Loading ...

 
 
categories
 
archive
 
Disclaimer

Everything posted on this website/blog is the personal opinion of the individual contributor and does not necessarily reflect the view of BizInfo/HRMblogs or its clients, nor the author respective employer or clients.