FR
 
STARTPAGE Blogs
 
 
Tijdelijke werkloosheid voor arbeiders en bedienden en de harmonisatie van hun statut
published by , on 31/03/2009

Door Othmar Vanachter (gewoon hoogleraar arbeidsrecht KULeuven) 

ACV heeft de kaarten op tafel gegooid en concrete voorstellen gedaan om het langverwachte eenheidsstatuut arbeiders-bedienden te realiseren.  De voorstellen werden niet door iedereen op gejuich onthaald.  Volgens het VBO zijn zij onevenwichtig en kostenverzwarend.  Er wordt zelfs gesuggereerd dat het ACV nu met deze voorstellen naar buiten komt om een akkoord over de tijdelijke werkloosheid voor bedienden te kelderen.

Ik heb enkele jaren geleden op vraag van de groep van 10 een commissie, samengesteld uit vertegenwoordigers van de werkgevers- en de werknemersorganisaties, aangevuld met enkele experten, mogen voorzitten.  De bedoeling van de commissie was om samen met de experten pistes te verkennen om het verschil tussen de statuten van arbeiders en bedienden weg te werken.  Er werd in volle commotie over het generatiepact, en dus in zeer moeilijke omstandigheden, vergaderd.  Toch werd vooruitgang geboekt.  Op basis de besprekingen werd door de experten een eindverslag opgesteld en voorgesteld aan de groep van 10.  Ik kan alleen maar vaststellen dat de voorstellen van het ACV in ruime mate door dit verslag geïnspireerd zijn.  De voorstellen in verband met de proefperiode, de uitbetaling van het loon, de jaarlijkse vakantie, de arbeidsongeschiktheid en zelfs de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst omwille van slecht weer, technische stoornis en economische redenen sluiten dicht aan bij wat in het verslag van de experten werd voorgesteld.  Men kan moeilijk voorhouden dat deze voorstellen onevenwichtig en kostenverhogend zijn.

Voor de proefperiode wordt grosso modo het systeem overgenomen dat nu voorzien is tijdens de eerste zes maanden van de arbeidsovereenkomst voor arbeiders.  De uitbetaling van het loon gebeurt na een overgangsperiode voor arbeiders hetzelfde manier als voor bedienden, wat neerkomt op een administratieve vereenvoudiging.  Het enkel vakantiegeld wordt  voor alle werknemers betaald door de werkgever terwijl het dubbel vakantiegeld voor iedereen door vakantiekassen betaald wordt.  Het zal het aantal betwistingen die er nu over het vakantiegeld zijn drastisch verminderen.  Er wordt voorgesteld bij arbeidsongeschiktheid de carenzdag af te schaffen.  Voor sommige werkgevers is dat inderdaad een verhoging van de kosten.  Voor wellicht meer werkgevers betekent het een kostenvermindering.  Voor het gewaarborgd loon wordt een systeem voorgesteld dat globaal kostenneutraal is voor de werkgevers en de RSZ.  Voor sommige werkgevers zijn er bijkomende kosten, voor andere werkgevers zijn er besparingen zodat hier eventueel compensaties moeten gezocht worden via de patronale bijdrage voor de ziekte- en invalididteitsverzekering.  De schorsing wegens slecht weer, technische stoornis of economische redenen wordt ofwel voor alle werknemers voorgesteld, ofwel wordt een doelmatig onderscheid gemaakt op objectief te onderscheiden werknemerscategorieën.

Alleen over het ontslagrecht volgt het ACV de voorstellen van de experten niet.  Dit is ook niet te verwonderen want over het ontslagrecht was het verslag van de experten weinig concreet.  De commissie arbeiders-bedienden slaagde er niet in over dit punt tot een zinvolle discussie te komen.  Zelfs bij een tweede poging, op uitdrukkelijk verzoek van de groep van 10, bleek dat er vanuit een bepaalde hoek geen bereidheid was om daarover te praten.

De voorstellen van het ACV om ontslagen te voorkomen en/of een ontslagen werknemer vlugger aan een baan te helpen zijn zeker positief.  Ze sluiten aan bij ook in werkgeverskringen geprezen employability.  Dat het voorstel van het ACV over de opzeggingstermijn op een njet stuit van het VBO was te verwachten.  De oplossing voor een  eengemaakt ontslagrecht voor arbeiders en bedienden herleiden tot een discussie over opzeggingstermijnen zal nooit slagen.  Men moet naar een andere bescherming van de vastheid van betrekking zoeken dan door lange opzeggingstermijnen.

Voorbeelden uit andere landen kunnen daar voor inspiratie geven.  Men moet vooral een onderscheid maken tussen opzeggingstermijnen en opzeggingsvergoedingen en die twee niet zo maar met elkaar verbinden.  Het Oostenrijks voorbeeld bewijst dat opzeggingsvergoedingen meer creatieve oplossingen mogelijk maken dan opzeggingstermijnen.
Ik meen dat men van de door het ACV bekendgemaakte voorstellen en van de vooral patronale vraag naar tijdelijke werkloosheid voor bedienden gebruik moet maken om een doorbraak te forceren in het al veel te lang aanslepende debat over een eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden.  Mijn ervaring in de commissie arbeiders-bedienden sterkt mij in mijn overtuiging dat, met uitzondering van het ontslagrecht, een akkoord tussen de sociale partners mogelijk is over een harmonisatie van de statuten.  Zelfs over de economische werkloosheid voor bedienden is volgens mij een akkoord mogelijk, al kan dit probleem moeilijk los gezien worden van het ontslagrecht.  Tijdelijke werkloosheid om economische redenen is immers een alternatief voor een ontslag.  En dan is er nog de bekende regel dat er maar een akkoord is als er akkoord is over alles.  En een harmonisatie van het arbeiders- en bediendenstatuut, zonder een harmonisatie van het ontslagrecht, is geen harmonisatie.  Het grootste verschil tussen beide werknemerscategorieën is er immers bij het ontslagrecht.  Daar is harmonisatie dus het meest nodig.

Noodsituaties, zoals de huidige financiële en economische situatie, vragen noodmaatregelen.  Daarom is een onmiddellijk akkoord over een harmonisatie, met inbegrip van een akkoord over de economische werkloosheid voor bedienden, aangewezen.  Het kan enkel door het ontslagrecht even ter zijde te zetten, zonder het evenwel te vergeten.  Aangezien de sociale partners momenteel blijkbaar geen akkoord kunnen bereiken over het ontslagrecht, zou men kunnen afspreken om het uitwerken van een voorstel daarover over te laten aan een commissie van deskundigen, liefst op basis van een aantal uitgangspunten die eerst door de sociale partners worden goedgekeurd.  Bij het uitwerken van een voorstel zou de commissie contact blijven houden met de groep van 10.  De commissie werkt tegen uiterlijk eind 2009 een voorstel uit.  Na een ultiem overleg met de sociale partners is het laatste woord over het al dan niet aanvaarden van dit voorstel bij de regering en het parlement.

Indien wij op die manier eindelijk af zouden geraken van het onderscheid tussen arbeiders en bedienden heeft de huidige crisis toch nog één positief effect.

(Deze column verscheen eerder in De Standaard). 

Post a reaction

Your email address will not be published. Required fields are marked *

* Comments are welcome in English, French or Dutch. Only reactions by authors who have stated their full name and e-mail address will be published. No mention of e-mail addresses will be made on the website. We only require them to enable us to contact the writer of the reaction should this prove necessary. HRMblogs.com reserves the right to delete reactions that are not in conformity with the general conditions and code of behaviour of this website.

recent reactions
 
poll

    Should an employer facilitate the practice of the Ramadan at the workplace?

    View Results

    Loading ... Loading ...

 
 
categories
 
archive
 
Disclaimer

Everything posted on this website/blog is the personal opinion of the individual contributor and does not necessarily reflect the view of BizInfo/HRMblogs or its clients, nor the author respective employer or clients.