FR
 
STARTPAGE Blogs
 
 
Banenplannen helpen doelgroepen niet
published by , on 24/03/2009

Door Geert Janssens (VKW Metena)

Nood breekt wet, en de hervorming van de banenplannen voor 50-plussers is uitgesteld tot begin 2010. Een levensgroot conflict tussen de Vlaamse en de federale regering lijkt voorlopig van de baan, en ook het Interprofessioneel Akkoord (IPA) van eind vorig jaar wordt gered. In volle crisistijd moet je de geit én de kool kunnen sparen. Dat neemt niet weg dat onze arbeidsmarkt dringend diepgaand moet worden hervormd. Het heeft er alle schijn van dat men die trein voor de zoveelste keer gaat missen.

Het moet gezegd. Voor één keer doen de sociale partners iets structureels – ze vereenvoudigen de wirwar aan banenplannen – en dan is het weer niet goed. Maar het belangenconflict dat de Vlaamse regering inriep, is meer dan een politiek spel. Het berust op een onderbouwde arbeidsmarktvisie. Vlaanderen, met minister van Werk Frank Vandenbroucke (sp.a) op kop, wil de deelstaten bevoegd maken voor doelgroepgerichte aspecten op de arbeidsmarkt. Geen gek idee, als je weet dat de situatie op de Vlaamse arbeidsmarkt totaal verschilt van die in Wallonië en Brussel.

Maar de staatshervorming zit muurvast. En inmiddels voorziet het IPA in ruil voor een algemene lastenverlaging in een afschaffing van de loonlastenvermindering voor werkgevers die 50-plussers tewerkstellen. Dat was voor het Vlaamse niveau een brug te ver, omdat Vlaanderen veel problemen kent met de tewerkstelling van 50-plussers. Werkgevers zouden die doelgroep slechts mondjesmaat lusten, omdat oudere werknemers meer kosten.

De banenplannen voor 50-plussers zijn dus op het eerste gezicht hard nodig. We stellen echter vast dat de huidige tewerkstellingspremies weinig succes hebben. De voorziene budgetten blijven onderbenut. Dat is op zich geen reden om ze op te geven, maar de inefficiënties van dat soort maatregelen zijn dat misschien wel. Toegegeven, het conjuncturele klimaat nodigt uit tot voorzichtigheid en het kortetermijnbelang weegt hier zwaar. Maar vormt geen beletsel om verder vooruit te kijken. Decennialang hebben de verschillende beleidsniveaus in ons land een waslijst aan banenplannen en tewerkstellingsmaatregelen voortgebracht. Helaas heeft dat bitter weinig opgebracht, zoals uit onze lage activiteits- en tewerkstellingsgraden kan worden afgeleid.

Brugpensioen

Het grootste banenplan in ons land is het klassieke brugpensioen op zijn Belgisch. De doelstelling was jobs te creëren voor jongeren door ouderen vroegtijdig met pensioen te sturen. Het uitgangspunt was een volledig substitutie-effect: één oudere zou worden ingeruild voor één jongere. Maar zelfs die ruilvoet bleek te optimistisch. In realiteit creëerde elk vertrek van een oudere werknemer op termijn iets minder dan één job. Het gevolg was een krimpende arbeidsmarkt, waardoor België vandaag met de slechtste van twee werelden zit. Er is een lage activiteitsgraad bij ouderen (maar ook in het algemeen) én er is een hoge jeugdwerkloosheid. Het weinig fraaie eindresultaat is dat we vandaag 300.000 jobs minder tellen dan het Europese gemiddelde.

Hoewel de ruilverhouding voor het type banenplan dat minister Vandenbroucke wil redden, gunstiger ligt dan bij het klassieke brugpensioen, moeten we op basis van internationaal onderzoek nog altijd rekenen op een efficiëntieverlies van 60 à 70 procent ten gevolge van allerlei substitutie- en verdringingseffecten. Er is met andere woorden concurrentie tussen doelgroepen. Het subsidiëren van de ene vermindert de kansen van de andere, en het  kost bovendien bakken overheidsgeld. Dat het niet werkt, is niet verwonderlijk. De basisredenering – moeilijk plaatsbare doelgroepen meer kansen geven door bestaande jobs te herverdelen – zit grondig fout. Waar het zou moeten om gaan, is het totale aantal jobs in een economie te doen groeien. Daartoe is er eerder nood aan lineaire lastenverlagingen. De grote les uit nationaal en internationaal onderzoek is dat het lineaire stimuleren van de vraag niet alleen transparanter is, maar ook rechtstreeks inwerkt op de concurrentiekracht die de tewerkstellingscreatie voorafgaat.

Structureel

Om in dat kader werk te maken van betere structurele tewerkstellingskansen bij 50-plussers of andere doelgroepen heeft ons land eerder nood aan een nieuw sociaal bestel. De reden waarom bedrijven minder happig zijn op oudere werknemers gaat onder meer terug tot de sterke koppeling van anciënniteit en leeftijd aan zowel loon(kosten) als opzegvoorwaarden. Vooral oudere bedienden prijzen zichzelf uit de markt. Een banenplan kan daaraan tijdelijk verhelpen, zoals in de huidige crisis. Maar het werkt niet structureel en gaat gebukt onder allerlei verdringings- en substitutie-effecten. Daarom is het zeer zinvol ook werk te maken van het opnieuw gelijktrekken van de scheve loonstructuur. Dat vergt onder meer nieuwe paritaire comités, overlegstructuren en een eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden. Helaas komen de sociale partners over dat soort thema’s niet veel verder dan het traditionele gebakkelei.

Een tweede reden waarom banenplannen niet werken, is dat er aan de aanbodzijde een zo mogelijk nog groter probleem is dan aan de vraagzijde. Om opnieuw het voorbeeld van de anciënniteit te nemen: die speelt ook aan de kant van de werknemer. In ons sociale systeem worden individuele werknemers niet aangezet tot jobrotatie, waardoor collectief gezien de kansen op het vinden van een nieuwe job voor iedereen afnemen. Geringe mobiliteit leidt gemiddeld tot minder variatie in ervaring, en dus neemt de inzetbaarheid van mensen af met de leeftijd.

Gouden kooi

Ook vanuit het ontslagrecht werken leeftijds- en anciënniteitregelingen negatief op de mobiliteit van werknemers. Arbeidseconomen spreken van de ‘gouden kooi’ waarin oudere werknemers zich dreigen te nestelen. In ons systeem doet wie verandert van job vrijwillig afstand van langdurig opgebouwde opzegvergoedingen. Dat zou kunnen worden ondervangen door aan anciënniteit gekoppelde rechten in het ontslagrecht te plafonneren en tegelijk de ontslagvergoeding om te vormen tot een spaarsysteem dat werknemers meenemen als ze op eigen initiatief van werkgever veranderen, zoals bijvoorbeeld in Oostenrijk.

Aanbodproblemen zijn ook het gevolg van werkloosheids- en inactiviteitsvallen. Brugpensioen en andere inkomensondersteunende maatregelen kelderen de werkbereidheid van veel 50-plussers. Tekenend is dat zelfs vandaag in Vlaanderen nog steeds meer dan 30.000 vacatures openstaan, waarvan de helft voor niet- of laaggeschoolden. Aan de aanbodzijden zijn dus heel wat doelgroepgerichte maatregelen nodig, zoals activering, opleiding, vorming, en trajectbegeleiding.

Personeelsbeleid

Tot slot moeten we erkennen dat er ook aan de vraagzijde meer moet gebeuren, maar niet via nog meer banenplannen. Bedrijven zijn zich veel te weinig bewust van de gevolgen van een verouderend werknemersbestand. De modale werknemer van de toekomst is een 45-plusser. Bedrijven hebben hun personeelsbeleid daarop onvoldoende afgestemd en oudere werknemers worden nog te clichématig benaderd. Uit onderzoek van professor Luc Sels van de KULeuven blijkt dat investeringen in opleiding bij ouderen wel degelijk renderen en dat de leercapaciteit bij oudere hoger opgeleiden veel hoger ligt dan algemeen wordt aangenomen. Een leeftijdsbewust personeelsbeleid moet voor bedrijven een strategische factor worden.

Waarom dan toch al die doelgroepgerichte maatregelen? Vlaams minister van Werk Frank Vandenbroucke heeft in het verleden aangetoond dat hij de hoger genoemde lessen duidelijk heeft begrepen. De hervorming van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB), die er mede onder zijn impuls is gekomen, is daarvan een sprekend voorbeeld. Het ligt echter niet in zijn bevoegdheid bovengenoemde hervormingen erdoor te drukken. Blijkbaar rest in de huidige Belgische politieke constellatie niet veel meer dan met de zoveelste doelgroepgerichte maatregel naar buiten te treden. Dat is wellicht de maatschappelijke realiteit. Helaas zal de Vlaamse oudere werknemer met extra banenplannen alleen niet gered worden.

De auteur is senior researcher bij de denktank VKW Metena

(Deze column verscheen eerder in De Tijd)

Reactions (1)
  • Rudi Dierick says:

    De auteur is wel bijzonder pessimistisch over de hervormingscapaciteit van het Belgische bestuursniveau. Is de logische conclusie dan niet om alle betrokken bevoegdheden aan de gemeenschappen over te dragen?

Post a reaction

Your email address will not be published. Required fields are marked *

* Comments are welcome in English, French or Dutch. Only reactions by authors who have stated their full name and e-mail address will be published. No mention of e-mail addresses will be made on the website. We only require them to enable us to contact the writer of the reaction should this prove necessary. HRMblogs.com reserves the right to delete reactions that are not in conformity with the general conditions and code of behaviour of this website.

recent reactions
 
poll

    Should an employer facilitate the practice of the Ramadan at the workplace?

    View Results

    Loading ... Loading ...

 
 
categories
 
archive
 
Disclaimer

Everything posted on this website/blog is the personal opinion of the individual contributor and does not necessarily reflect the view of BizInfo/HRMblogs or its clients, nor the author respective employer or clients.