FR
 
STARTPAGE Blogs
 
 
Wat hebben VTM en Suzanne gemeen?
published by , on 17/02/2009

Het is twintig jaar geleden dat VTM het levenslicht zag en zorgde voor een revolutie in het medialandschap in Vlaanderen. Dat feit wordt deze dagen volop herdacht. De komst van VTM betekende het einde van het monopolie van de VRT. De publieke zender schatte de komst van een nieuwe commerciële zender in het begin volledig verkeerd in en zag zijn marktaandeel drastisch inkrimpen. Maar na verloop van tijd keerde het tij. De VRT werd opnieuw marktleider. De komst van VTM bleek uiteindelijk een zegen voor de VRT. Zonder dergelijke challenger had de publieke zender nooit dergelijke dynamiek kunnen ontwikkelen laat staan dat er politieke ondersteuning voor zou zijn geweest. Daarnaast was de komst van VTM ook de motor achter het ontstaan van heel wat productiehuizen. De komst van de commerciële zender kan worden beschouwd als een geslaagd voorbeeld van een introductie van gecontroleerde marktwerking

In de jaren ‘80 en ’90 was er niet alleen sprake van een demonopolisering in de mediawereld. Tal van overheidsmonopolies moesten er toen aan geloven.  Zo bestond er ook een overheidsmonopolie inzake het bemiddelen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Arbeidsbemiddeling was de taak van de RVA (en later de VDAB). Ook dit monopolie kwam onder druk te staan. In het midden van de jaren ’90 vergeleek ik in een artikel de demonopoliseringdiscussies in de media en deze op de arbeidsmarkt. Het was opvallend hoe sterk deze discussies inhoudelijk op elkaar leken. Het meest opvallende was het gebrek aan zakelijkheid in de discussies. Emoties voerden de boventoon. Zo was er in beide gevallen sprake van een grote tegenstelling tussen de juridische inhoud en de reële ontwikkelingen.In beide gevallen was het overheidsmonopolie door de feiten al zwaar uitgehold vooraleer de beleidsmakers hierop inspeelden. In Vlaanderen werd al veel jaren massaal afgestemd op de Nederlandse zenders. Op de arbeidsmarkt waren al een paar decennia uitzendkantoren actief die louter juridisch gezien niet aan arbeidsbemiddeling deden maar in de feiten wel. De voorstanders van het overheidsmonopolie hanteerden in beide gevallen ook doemscenario’s. De VRT zou door de demonopolisering verschrompelen tot een nichezender en de kwaliteit van het televisieaanbod zou globaal genomen sterk dalen.  Binnenkort zou er enkel nog pulp te zien zijn op t. v. De VDAB zou op zijn beurt worden geminoriseerd door een agressieve private sector en als een gevolg van de dualisering op de arbeidsmarkt enkel nog kunnen optreden voor de allerzwaksten.  Het doorbreken van het monopolie zou leiden tot ‘Amerikaanse toestanden’. Toen ik halverwege de jaren ’90 een opiniestuk publiceerde waarin ik poneerde dat Suzanne (als icoon van de uitzendsector) een zegen zou zijn voor de VDAB leverde dit me een heleboel banbliksems van de betrokkenen op. Uiteindelijk zou ook het overheidsmonopolie inzake arbeidsbemiddeling sneuvelen, zij het bijna 10 jaar nadat dit in de media was gebeurd. In beide gevallen speelde internationale druk trouwens een grote rol. Zonder de aanname van de nieuwe conventie 181 door de Internationale Arbeidsorganisatie zou het overheidsmonopolie in Vlaanderen nog heel wat langer hebben bestaan.

Dat de demonopolisering in de media een goede zaak was wordt deze dagen volop erkend. Hoe zit dit voor de arbeidsmarkt? Grosso modo is de analyse ook hier gelijklopend. De ontwikkeling van een private sector op de arbeidsmarkt kreeg een belangrijke stimulans. Maar het allerbelangrijkste was dat het voorspelde doemscenario ook hier niet uitkwam. Er was en is geen sprake van een marginalisering van de VDAB.  We durven rustig poneren dat de positie van de VDAB op de arbeidsmarkt misschien nog nooit zo sterk is geweest als vandaag. Als arbeidsmarktautoriteit is de publieke dienst zeker niet de mindere van de private sector. De grote winnaars in dit proces waren de werkzoekenden en werkgevers die konden beroep doen op meer uitgebreide dienstverlening en in veel gevallen keuzes konden maken op wie ze beroep zouden doen. De grotere keuzevrijheid is eveneens een grote verdienste van de demonopolisering.

Er zijn twee belangrijke verklaringen voor het succes van de demonopolisering in beide gevallen. Vooreerst is er de regulering. VTM kreeg garanties dat het voor geruime tijd de enige commerciële zender in Vlaanderen zou zijn en kon daardoor investeringen doen die anders niet mogelijk zouden zijn geweest. De regulering van de private sector op de arbeidsmarkt heeft er anderzijds ongetwijfeld toe geleid dat mogelijke misbruiken sterk werden ingeperkt. Een belangrijke les die we uit de beide demonopoliseringprocessen kunnen trekken is dan ook dat de kwaliteit van de regulering ter zake cruciaal is voor het welslagen ervan. Daarnaast hebben zowel VRT als VDAB vrij gemakkelijk kunnen standhouden omdat ze door de overheid meer dan royaal werden gesubsidieerd. Want ook dit is een belangrijke vaststelling. De demonopolisering leidde in beide gevallen tot hogere overheidsdotaties voor de publieke spelers.

Post a reaction

Your email address will not be published. Required fields are marked *

* Comments are welcome in English, French or Dutch. Only reactions by authors who have stated their full name and e-mail address will be published. No mention of e-mail addresses will be made on the website. We only require them to enable us to contact the writer of the reaction should this prove necessary. HRMblogs.com reserves the right to delete reactions that are not in conformity with the general conditions and code of behaviour of this website.

recent reactions
 
poll

    Should an employer facilitate the practice of the Ramadan at the workplace?

    View Results

    Loading ... Loading ...

 
 
categories
 
archive
 
Disclaimer

Everything posted on this website/blog is the personal opinion of the individual contributor and does not necessarily reflect the view of BizInfo/HRMblogs or its clients, nor the author respective employer or clients.