FR
 
STARTPAGE Blogs
 
 
De ploertenstreken van Areopa en zijn zaakvoerder Ludo Pyis
published by , on 16/11/2008

Pict Ludo PyisAl ruim vijf jaar voeren de bvba Areopa en de bvba Areopa Group International en hun zaakvoerder Ludo Pyis een heuse juridische guerrilla tegen ondergetekende. Het begon met een strafklacht in juli 2003 wegens vermeende schending van het briefgeheim en de privacy, laster en eerroof, stalking, inbreuk op eerlijke handelspraktijken en verspreiden van onjuiste informatie. Dat deden ze twee jaar nadat het eerste kritische artikel van mijn hand over hen verscheen op hrm.net, een website over personeelsmanagement waar ik toen eigenaar en hoofdredacteur van was en die sinds eind 2005 eigendom is van Filip De Saeger.

De aantijgingen van Areopa/Pyis tegen mij waren en zijn juridisch gezien echter erg zwak. Zoals te verwachten was, werd door het openbaar ministerie dan ook geen doorverwijzing naar de raadkamer gevorderd. Om nog even de schijn te kunnen hoog houden en het gezichtsverlies een tijdje uit te stellen, vroegen Areopa/Pyis de raadkamer om bijkomende onderzoeksdaden. Dat verzoek werd ingewilligd, maar naar alle waarschijnlijkheid zullen die extra onderzoeksdaden geen nieuwe elementen opleveren van aard om de mening van het openbaar ministerie te wijzigen.

Alsof dat allemaal nog niet volstond, dienden Areopa/Pyis ook nog een klacht tegen mij in bij de Raad voor Journalistiek. Op basis van de documenten die Areopa/Pyis me eerder voorlegden en de destijds beschikbare informatie in het algemeen gaf ik aan de Raad toe dat mijn artikels over Areopa/Pys (in totaal meer dan 10, over een periode van vier jaar) ‘enkel kleine en grotere onjuistheden’ bevatten. Die had ik niet rechtgezet en dat was, volgens de Raad, niet conform de journalistieke plichtenleer. Daarom verklaarde de Raad de klacht van Areopa/Pyis gegrond. Dat is natuurlijk iets anders dan te stellen ‘Raad voor journalistiek geeft Marc Ernst ongelijk’ zoals sommigen, in een poging tot reputatiebeschadiging, vandaag doen (hier over meer in een volgende blog). Op basis van het standpunt van de Raad werd, op 12/6/2008, een rechtzetting gepubliceerd. Dat gebeurde ondanks dat Areopa/Pyis, in een mail (van 8/4/2008), liet weten na de uitspraak van de raad de zaak als beëindigd te beschouwen en niet aandrong op publicatie van correcties/rechtzettingen.

In zowel de dagvaarding in kortgeding begin juni als de recente ten gronde maakte Areopa misbruik van de uitspraak van de Raad voor journalistiek. Die sprak zich immers niet uit over de inhoud laat staan het waarheidsgehalte van de kwestieuze artikels. De Raad stelde enkel dat de onjuistheden hadden moeten rechtgezet worden, los van het feit of daartoe gevraagd werd of niet. In die dagvaardingen wordt nochtans gesteld dat ik de beslissing van de raad naast me neergelegde. Daarmee wordt bedoeld: 1) de foute informatie niet corrigeerde (dit was op het moment van de eerste dagvaarding inderdaad nog niet gebeurd omdat het niet als hoogdringend werd beschouwd gezien de zaak al jaren aansleept, en, vooral, gezien Areopa/Pyis had laten weten dat correctie niet meer nodig was) en 2) verder ga met het online aanbieden van betreffende artikels. Alsof dat laatste me door de Raad was verboden! Die sprak zich daar niet over uit. Hij kan dit trouwens niet want dat ligt buiten zijn bevoegdheid die enkel deontologisch is. Enkel de rechtbank kan beslissen dat die artikels dienen off line gehaald te worden. Ik durf er gift op te nemen dat ze dat niet zal doen. En mocht ze dat toch in eerste aanleg doen, wordt ze in hoger beroep terug gefloten.

De rechtbank ging (gelukkig) niet in op het verzoek tot verwijdering van de artikels. In zijn vonnis van 11 juli 2008 verklaart ze zich onbevoegd wat betreft de aanspraken van Areopa/Pyis en verwierp hun argumenten als ongegrond, niet ter zake en/of overbodig.

Dat het Areopa/Pyis eigenlijk niet om de rechtzetting van vermeende onjuistheden te doen is maar om de verwijdering van alle artikels over hen, bleek al tijdens de contacten met de Raad voor Journalistiek. Die stelde voor om te bemiddelen tussen de partijen om te komen tot een soort ‘recht van antwoord’ of ‘lezersbrief’ met een correctie van de foutjes in de artikels. De Raad beoogt altijd een minnelijke schikking tussen partijen en te vermijden dat ze tot een uitspraak over het geschil moet komen. Pas als een akkoord tussen de partijen onmogelijk blijkt, wordt er over het geval een uitspraak gedaan (die dan gepubliceerd word op de website van de Raad). De halsstarrige houding van Areopa/Pyis en hun miskenning van de eigenlijke bevoegdheid van de Raad, maakten een minnelijke schikking echter onmogelijk.

Na in kortgeding in het zand gebeten te hebben, ging Areopa/Pyis, zoals te verwachten, ten gronde dagvaarden. Maar in tegenstelling tot wat gebruikelijk is voor de partij die dagvaart, talmt ze om conclusies neer te leggen.

Uit nadere investigatie van mijn kant blijkt vandaag dat de vermeende en door mij, destijds, aan de Raad, ten onrechte, toegegeven ‘onjuistheden’ wel degelijk correct zijn. Areopa/Pyis zijn er namelijk in geslaagd om me met praatjes en valse bewijsstukken iets op de mouw te spelden. Anders gezegd: ik werd beduveld, ze naaiden me een oor aan.

Onderstaande, door Areopa/Pyis altijd gecontesteerde informatie, is, zo staat vandaag vast, wel degelijk juist.

Ludo Pyis is nooit faculty member geweest van het Management Center Europe (MCE) en beweerde in 2004 ten onrechte dit te zijn.

Areopa/Pyis beweert dat Ludo Pyis wel degelijk faculty member is geweest van het Management Center Europe (MCE) en ik foute informatie verspreidde door dit in twijfel te trekken.

Om dit te ‘bewijzen’ legde het mij een generieke, niet aan Areopa/Pyis persoonlijk gerichte ‘brief’ (d.d 2 augustus 2002) voor en een business card van MCE, op naam van Ludo Pyis.

Eind 2004 stelde Ludo Pyis zich in een uitnodiging voor een seminar van de Vlaamse Management Associatie (VMA) voor als faculty member van Management Centre Europe (MCE). Ik schreef destijds dat hij dat ten onrechte deed want toen geen faculty member was. Areopa/Pyis beweerden en beweren nog steeds dat mijn informatie fout was/is, dat Pyis wel degelijk faculty member van MCE was/is. Mijn berichtgeving was nochtans gebaseerd op off the record-verklaringen van toenmalige MCE-medewerkers. In latere contacten met MCE is de juistheid ervan bevestigd. Vandaag verklaart de managing director van Management Centre Europe, Francis van den Bosch, schriftelijk, dat Pyis inderdaad nooit faculty member is geweest en dat zelf indien hij dat in het verleden ooit geweest zou zijn (wat niet het geval is), hij zich hoe dan ook eind 2004 niet meer als dusdanig mocht voorstellen. Klik hier voor die verklaring.

Parenthesis. Pyis blijft volharden in de boosheid want stelt zich vandaag in zijn profiel op netwerking-website Xing nog altijd voor als faculty member van Management Centre Europe.

In dat profiel staan trouwens ook andere beweringen die niet kloppen: onder meer dat hij professor is aan het Vesalius college (VUB) in Brussel, aan de European Business Management School in Antwerpen en visting professor aan de Vlerick School of Management en de Vrije Universiteit Brussel. Dat dit onjuist is, onthulden we destijds op basis van verklaringen van de betrokken instellingen. De juistheid van die revelaties is nooit door Areopa/Pyis betwist.

Ook niet correct in zijn Xing-profiel is het feit dat Ludo Pyis vandaag bestuurder is van n.v. Exellence Partners. Die vennootschap, die voluit eigenlijk Pyis-Bommerez TPG Benelux Exellence Partners heette en in 1990 als Progrim werd opgericht, is door de handelsrechtbank van Nijvel op 13 juli 2000 in faillissement verklaard. Op 19 december 2001 is dat faillissement door die zelfde rechtbank afgesloten, evenwel zonder verschoning voor de vennootschap. De verschoonbaarheid van bedrijven in geval van faillissement was vroeger, onder de oude faillissementswet (die in 2005 is gewijzigd) mogelijk. Vandaag is dat niet meer het geval. Pittig weetje: Jan Bommerez is een (naar eigen zeggen) ex-Scientology-lid die nu in de Verenigde Staten woont.

Behalve bij het faillissement van Exellence Partners, is Pyis ook betrokken bij een rist van andere falingen (hierover werd door hrm.net/HRM Focus ook al bericht in 2002): Atlas Pharma (7/6/1991), Edelweiss (16/5/1994), VOID Consult bvba (18/2/1997), Atlas Systems (22/4/1993), Maevick Exellence Group (Pyis nam er ontslag als bestuurder op 6/3/1995,  het bedrijf werd failliet verklaard op 17/6/1999), Atlas Organizational Development (6/3/1992) en Creative Business Systems (4/8/1997). Inzake faillissementen kan Ludo Pyis dus terugblikken op een nogal ‘indrukwekkend’ palmares. Sinds 22/12/1990 bestaat er echter ook een VOID Consult nv met, sedert 1996, Anne-Marie Masscheleyn en Ludo Pyis als bestuurders. Masscheleyn is de levensgezellin van Pyis. De gefailleerde gelijknamige bvba werd door de rechtbank van koophandel van Mechelen niet verschoonbaar verklaard (wat in die tijd nog kon, vandaag niet langer).

Dat Pyis, als ex bestuurder van de gefailleerde (en niet verschoonde) bvba VOID Consult, vandaag bestuursverantwoordelijkheid draagt in tal van andere bedrijven is wettelijk geen probleem. Maar omwille van het aantal faillissementen in het verleden waar hij, als bestuurder, bij betrokken was en zijn talrijke bestuursmandaten vandaag (alsmede het feit dat hij ook veroordeeld is voor valsheid in geschriften), zouden hij en zijn huidige zakelijke initiatieven misschien toch wat meer aandacht mogen krijgen van de kamer voor handelsonderzoek (de vroegere ‘depistage’-kamer) verbonden aan de rechtbank en kamer van koophandel; in casu die van Mechelen. 

Die monitort systematisch de handel en wandel en de financiële gezondheid van ondernemingen in het algemeen en van ‘verdachte’ bedrijven  in het bijzonder. De ‘knipperlichten’ van de kamer voor handeslonderzoek zouden, normaal gezien, al moeten gaan branden wanneer een vennootschap wettelijk verplichte publicaties in het staatsblad meer dan een jaar te laat indient. Dat is nochtans wat gebeurde met betrekking tot de notullen van de jaarvergadering van VOID Consult nv van 7/9/2003 (waar de verlenging van het mandaat van Ludo Pyis en Anne Masscheleyn werd beslist). Die informatie werd meer dan een jaar na datum, meer bepaald op 7/6/2003, op de griffie van de rechtbank van koophandel van Mechelen neergelegd. Ze verscheen in het staatsblad van 16/6/2004.

Nog dit: VOID Consult nv blijkt eigenaar te zijn van de domeinnaam www.villardennes.be, een website die dient om huizen en terreinen te verkopen en te verhuren in de Ardennen. De contactpersoon van de licentienemer is Anne Masscheleyn. Toeval of niet, maar Anne Masscheleyn, was, blijkens publicaties in het staatsblad, alvast in de jaren 2003-2004, gedomicilieerd in de Belgische Ardennen (meer bepaald in Ferières). Blijkens eveneens publicaties in het staatsblad woonde Ludo Pyis in die jaren officieel in Thailand/Bankok. Naar onze informatie vertoefde Pyis in die tijd echter voor het overgrote deel van het jaar in België. Daarom had hij, wettelijk gezien, toen in ons land moeten gedomicilieerd zijn.

Areopa werkte nooit voor de Wereldbank.

Areopa stelt dat ik ten onrechte schreef dat het nooit voor de Wereldbank heeft gewerkt want dat dit wel degelijk het geval is. De Financieel Economische Tijd meldde in zijn editie van 8 juni 2002, op gezag van Ludo Pyis, dat Areopa de Wereldbank als klant heeft. ‘Areopa is voornamelijk actief in Europa, het Midden-Oosten en Zuidoost-Azië. We hebben ook een kleine activiteit in de VS, waar we hoofdzakelijk samenwerken met de Wereldbank’, heette het.

Deze informatie werd door mij op haar waarheidsgehalte gecontroleerd. Daarbij werd vastgesteld dat de naam Areopa niet voorkwam op de lijst van de ‘contractors’ van de Wereldbank. Daarom schreef ik dat het dus weinig waarschijnlijk is – let op  de voorzichtige en genuanceerde formulering – dat Areopa inderdaad ooit voor de Wereldbank werkte.

Areopa legde me nadien stukken voor die zouden ‘bewijzen’ dat de Wereldbank op haar beroep deed. Maar dat was een gewiekste poging tot misleiding (waar ik in eerste instantie in getrapt ben). Wat deed de controversiële consultant namelijk ? Men legde me een onder meer een document voor dat aantoont dat Areopa geregistreerd staat in de zogenaamde Dacon-databank. Dat is een (online) databank waar potentiële/geïnteresseerde contractors (dienstverleners dus) die voor de Wereldbank willen werken zich dienen in te registreren.  Dat laaste vertelde men er echter niet bij, deed het uitschijnen dat die databank échte contractors bevat, bedrijven die inderdaad voor de Wereldbank werkten. Opname in de Dacon-datase zegt echter niets over het feit of men daadwerkelijk voor instelling heeft gewerkt. Ten bewijze: ik registreerde mezelf, met mijn professioneel e-mail adres, ook in de Dacon-databank. Dat wilt uiteraard niet zeggen dat ik ooit, als contractor, voor de Wereldbank werkte.

Daarnaast werd ik ook in kennis gesteld van een niet-gepersonaliseerde mail/newsletter afkomstig van de ‘World Bank Institute Alumni’. Ook dit document zou, volgens Pyis, aantonen dat Areopa voor de World Bank gewerkt heeft. Dat doet het natuurlijk niet. Iedereen kan, zo blijkt nu, die nieuwsbrief bezorgd krijgen. Ook ik heb me inmiddels aangemeld voor het e-zine en kreeg het, net als Areopa, toegestuurd.

In al mijn naïviteit (en gebrek aan grondige controle van de stukken) ben ik in de opgespannen val getrapt. En ging twijfelen aan de juistheid van mijn berichtgeving over de relatie tussen Areopa en de Wereldbank ( ‘bekende’ mijn berichtgevng terzake als fout aan de Raad voor Journalistiek). Volledig ten onrechte, zo blijkt nu na nader onderzoek. Het ultieme bewijs dat Areopa nooit voor de Wereldbank werkte is echter de formele, geschreven, ontkenning door de instelling zelf. Klik hier voor dat document.

Al deze stukken en vooral de handelswijze van Areopa tonen aan dat dit adviesbedrijf en haar zaakvoerder Ludo Pyis er niet voor terugdeinzen om met list en bedrog de waarheid geweld aan te doen. Ze geven ook aan dat Areopa/Pyis er evenmin voor terugschrikken om wie hun verdichtsel ontmaskert, af te schilderen als leugenaar. Het verhaal van de dief die roept ‘hou de dief’ als het ware.

Areopa heeft ook ongelijk inzake mijn nuancering bij de opgave van een aantal bedrijven (o.a.  Telenet, BBL, Belgacom, Daimler-Chrysler en Henkel) als referentie.

Ik schreef destijds, in HRM News (nr  75, 20/12/2002), het volgende: ‘Wie dat (de opgave van die referenties, M.E.) alvast niet langer op prijs stelt, is een hele rits van bedrijven waarvan Areopa ten onrechte beweert dat het er een klantenrelatie mee heeft. Telenet en IBM hadden de consultant al eerder verzocht om hun logo van diens website te verwijderen. Henkel, Unisys, DaimlerChrysler en Hewlett-Packard zullen dat eveneens doen (of hebben dat inmiddels al gedaan). Belgacom en BBL ontkennen ook klant te zijn van de in opspraak gekomen consultant, maar vinden het vreemd genoeg niet nodig om Areopa expliciet te sommeren hun logo van zijn site te verwijderen.’

Er werd dus niet botweg gesteld dat er geen samenwerking is geweest, er werden enkel kanttekeningen geplaatst bij het feit dat die ondernemingen door Areopa als referentie werden opgegeven. Dat deed ik onder meer omdat de samenwerking erg lang geleden was (soms zelf dateerde uit de periode dat Pyis actief was met een ander bedrijf: Atlas Consulting), en/of omdat ze geen betrekking had met de dienstverlening van Areopa op het moment van publicatie van het artikel, en/of omdat de vermelding van deze referentie (en het gebruik van het logo van het betreffende bedrijf) gebeurde zonder toelating van de betrokken firma.

In deze kwestie legde Areopa me onder een document voor dat zou aantonen dat het wel degelijk een klantenrelatie heeft gehad met Mercedes Benz/DaimlerChrysler. In een schrijven uit 2002 (aan mij/hrm.net) laat Mercedes Benz/DaimlerChrysler echter weten “al geruime tijd geen commerciële relaties meer te hebben  met de vennootschap Areopa” en ‘de nodige stappen te ondernemen om iedere verwijzing op de website van Areopa te doen verwijderen’.

In verband met Henkel legde Areopa facturen voor die dateren van 1993, 1994 en 1997. Het artikel uit HRM News dat kanttekeningen plaatste bij de beweerde klantenrelaties dateert uit 2002. Niet enkel is niet letterlijk geschreven dat Henkel geen klant is geweest, bovendien blijken de kanttekeningen met betrekking tot de beweerde klantenrelatie met Areopa terecht. In werkelijkheid dateerde die samenwerking uit de periode 1993-1997. In de jaren dat er wel voor Henkel werd gewerkt, was de dienstverlening van Areopa bovendien grondig verschillend met die uit de periode van het artikel in HRM News (2002). Eigenlijk betrof het een andere firma want in 1995-1996 werd Areopa, na een ontluisterend rapport van een bedrijfsrevisor (dat hrm.net onthulde en online plaatste), opgesplitst. Uit onvrede met het gevoerde beleid van Pyis en onregelmatigheden door de bedrijfsrevisor vastgesteld, stapte een gedeelte van de consultants, onder leiding van Luc Van Leemput, na een formele boedelscheiding (en juridische stappen), uit Areopa en zetten een nieuwe firma op: Zigomar.

Na kennisneming van de enkele documenten van Areopa in verband met Belgacom, BBL en Telenet blijf ik bij mijn stelling dat die ondernemingen evenmin opgezet waren met de referentieopgave en vermelding van hun logo op de website van Areopa. In het geval van Telenet werd Areopa trouwens ook verzocht om dat logo en die referentie te verwijderen.

Tot slot nog dit: de berichtgeving inzake HP (Hewlet-Packard) in HRM News 72 & 73 en in HRM Focus 21, meer bepaald het feit dat Areopa zich ten onrechte uitgaven als relatie van deze onderneming, is gebaseerd op het artikel uit De Morgen van 15 juni 2002. HRM News 72 verscheen  op 22 juli 2002, dus na het artikel in De Morgen. Er wordt duidelijk aangegeven in HRM News dat de bron van de informatie over HP (met name diens ontkennen van een klantenrelatie met Areopa) de krant De Morgen is. De Morgen kreeg van Areopa/Pyis nooit het verzoek om deze informatie recht te zetten, laat staat dat het een formeel ‘recht van antwood’ in dat verband kreeg.

Bovendien: de factuur die Pyis/Areopa me voorlegden om aan te tonen dat het wel ooit een klantenrelatie had met HP doet niets af aan het feit dat HP het niet (langer) op prijs stelt om als referentie opgegeven te worden zoals door HRM News op gezag van De Morgen schreef.

Besluit van het verhaal: de diverse artikels, destijds gepubliceerd op hrm.net en in diens e-zine HRM Focus (en nu raadpleegbaar op HRMblogs.net/areopa) bevatten niet de onjuistheden die Areopa/Pyis mij aanwrijven. Om die reden zal ik, via mijn raadsman (Jos Van der Velpen, tevens voorzitter van de Liga voor Mensenrechten), de Raad voor Journalistiek verzoeken om terug te komen op haar eerdere uitspraak in mijn verband naar aanleiding van de klacht van Pyis/Areopa. Dat laatste is echter geen evidente zaak, omdat de statuten van de Raad dergelijke situatie niet voorzien.

Bent u geschokt na de lectuur van bovenstaande ? En tekende u de petitie ‘tegen beknotting van de persvrijheid en vrijheid van meningsuiting, voor het recht op kritische en onderzoeksjournalistiek’ nog niet ? Die werd, door een aantal personen uit vooral de zaken -, media – en academische wereld, gelanceerd naar aanleiding van de strafklacht en, vooral, het kortgeding van Areopa tegen uw dienaar. Ruim 280 personen, waaronder heel wat HR-professionals, tekenden de oproep. U kan dat (alsnog) doen op MarcErnst.com/pressfreedom. 

P.S. In zijn dossier aan de Raad voor Journalistiek maakten Areopa/Pyis (op pagina 10) melding van het feit dat ik, volgens hen, “nog een procedure lopen heb tegen een van mijn vorige werkgevers”, met name X  (de naam van het bedrijf wordt in het document vernoemd maar laat ik hier op redenen van discretie onvermeld). Daarnaast stellen ze ook nog : “Marc Ernst zou evenwel bij zijn vertrek niet nagelaten hebben om de data van X te ontvreemden.”

Als voorbeeld van desinformatie (en laster) kan dit tellen: de gerechtelijke procedure dateert van zowat tien jaar geleden, ik was de dagvaardende partij en de zaak is in mijn voordeel beslecht: de openstaande facturen voor freelance journalistieke werk werden betaald. Dat ik ‘data’  bij die voormalige werkgever, eigenlijk opdrachtgever, zou ontvreemd hebben, is totaal onwaar. De betreffende uitgever maakte daar nooit enige allusie op, laat staan dat hij er een strafklacht over neergelegde of mij er voor dagvaardde voor de rechtbank.

Deze en andere onjuiste en lasterlijke informatie uit het dossier dat Areopa/Pyis overmaakte aan de Raad voor Journalistiek zal, ten gepaste tijd, onderwerp zijn van een strafklacht wegens laster en eerroof tegen de auteurs er van – tevens indieners van de klacht bij de Raad.

De Raad voor Journalistiek hechtte uiteraard geen enkel belang aan deze en andere onjuiste en lasterlijke informatie in het dossier van Areopa/Pyis. Ze liet haar oordeel (en zogenaamde ‘uitspraak’) op geen enkel wijze beïnvloeden door deze en andere informatie overgemaakt door Areopa/Pyis. De enige basis voor haar uitspraak (zonder disciplinair, laat staan juridisch, karakter) was mijn erkenning ‘kleine en grotere onjuistheden gepubliceerd te hebben’ over Areopa/Pyis. De Raad velde geen oordeel over de inhoudelijke aspecten van de klacht van Pyis/Areopa. Statutair kan ze dat trouwens niet. Haar uitspraak heeft enkel betrekking op mijn deontologische fout, met name het verzaken van het corrigeren van informatie waarvan de onjuistheid me bekend was.

Vandaag weet ik echter (zie hier boven) dat die informatie wel degelijk correct was en dat ik door Areopa/Pyis in het ooitje ben genomen. Wat ik ondertussen ook weet, lees: geleerd heb, is om klachten bij de Raad voor Journalistiek ernstig te nemen en dat het wenselijk, ja zelfs noodzakelijk is, om zich ter zake te laten adviseren en assisteren door advocaten.  Een laatste lering uit deze hele affaire is om meer op mijn hoede te zijn voor individuen die in het verleden blijk gaven van weinig scrupules voor geen haar te vertrouwen, ze systematisch te wantrouwen is geen overbodige luxe. De manier waarop Areopa/Pyis me een tweede keer in de luren legde door na de uitspraak van de Raad voor Journalistiek enerzijds te stellen geen belang meer te hechten aan een rechtzeting – op dat moment was ik nog overtuigd ‘kleine en grotere onjuistheden’ gepubliceerd te hebben over hen – en me dan kort nadien in kortgeding dagvaardden met onder meer als rede geen correctie gepubliceerd te hebben is ronduit een ploertenstreek. De uitspraak van de Raad voor Journalistiek vandaag op manipulatieve wijze misbruiken in allerlei juridische procedures (door een inhoudelijke desavouering te laten uitschijnen) tart werkelijk elke verbeelding. En elk fatsoen. Het is de schaamte ver voorbij.

————————————————————————————————-

 Update 14/2/2010

Na zeven jaar juridische belaging vanwege Areopa/Pyis en zijn raadslieden, het befaamde advocatenkantoor Nelissen Grade, waarbij list en bedrog (het poneren van pertinente onwaarheden voor de rechtbank, gestaafd met gemanipuleerde stukken) niet werden geschuwd, bevestigt het Hof van Cassatie met zijn arrest van 2/2/2010 de eerdere uitspraak van het Hof van Beroep in deze zaak: ik maakte me niet schuldig aan laster en eerroof jegens Areopa bvba en zijn zaakvoerder Ludo Pyis.

De definitieve, juridische, waarheid is dus dat al mij artikels over de zakelijke handel en wandel van Ludo Pyis/Areopa (zie HRMblogs.net/areopa) correct zijn en dat er geen sprake is van laster en eerroof.

Het Hof van beroep stelde in haar arrest (dat bevestigd want niet verbroken werd door het Hof van Cassatie) dat “de heer Ernst heeft gehandeld enkel met de journalistieke bedoeling om relevante informatie kenbaar te maken. (…) de informatie werd verspreid na behoorlijke controle van de bronnen en met inachtneming van de voorschriften inzake journalistieke deontologie.”

Pyis/Areopa legden in juni 2003 een klacht met burgerlijke partijstelling neer tegen mij, wegens onder meer laster en eerroof en een rist andere (fantasierijke en juridisch ongerijmde) strafklachten : stalking, verspreiden van onjuiste informatie, afbrekende publiciteit, slechtmaking, schending van het briefgeheim en inbreuk op de eerlijke handelspraktijken. Na het onderzoek werd ik door de raadkamer buiten vervolging gesteld (dus niet doorverwezen naar de correctionele rechtbank) voor het geheel van de strafklachten.

In totaal verloren Pyis en zijn raadslieden niet minder dan zeven procedures. Tot tweemaal toe vroegen ze de raadkamer om bijkomende onderzoeksdaden. Dat werd, in eerste instantie en in beroep, geweigerd, want ‘niet noodzakelijk om de waarheid te achterhalen’. Nadien beten ze in het zand met hun beroep tegen de uitspraak van de raadkamer (door doorverwijzing en buitenvervolgstelling) en met hun cassatieberoep. Ondertussen kregen ze ook van de kortgedingrechter twee keer ongelijk (op 11 juli 2008  en 29 april 2009). Met dat eerste kortgeding probeerden ze de verwijdering van alle artikels op HRMblogs.net/areopa te bekomen. Met het tweede kortgeding wilde men de publicatie van een specifiek artikel op HRMblogs.com ongedaan maken: De ploertenstreken van Areopa en zijn zaakvoerder Ludo Pyis (artikel dat gelijktijdig verscheen op MarcErnst.com onder de titel Hoe Areopa en zijn zaakvoerder Ludo Pyis mij en de Raad voor Journalistiek (een oor aan)naaiden). Twee keer besliste de kortgedingrechter daar anders over en de artikels staan, uiteraard, nog steeds online.

Wat een afgang, niet in het minst voor advocatenkantoor Nelissen Grade.

Nog meer ontluisterend voor ‘zakenman’ Ludo Pyis dan de ontknoping van deze juridische saga en dit strafproces (geding dat eigenlijk nooit had moeten/mogen plaatsvinden want de initiële strafklacht was ronduit hilarisch) is het feit dat ondertussen, onweerlegbaar, is aangetoond dat we hier te maken hebben met een geval van ‘dief die roept: houd de dief’.

Wat Pyis mij verweet, maar waar hoegenaamd geen sprake van was, met name laster en eerroof, heeft immers hij zelf gepleegd jegens mij. Met name op/via rechtvanantwoord.com. De bewijzen hier van werden bekomen via gerechtelijke beschikking die de Internet Service Providers (ISP’s) verplichtte om bekend te maken wie achter een rist anonieme web- en blogsites zat/zit die als enige doel hebben om laster over me te verspreiden.

Zo is zwart op wit bewezen dat de eerste versie van de lasterlijke website rechtvanantwoord.com, die van het verspreiden van onjuist- en onwaarheden over mij en mijn zakelijke initiatieven zijn handelsmerk heeft gemaakt (en als enige doel heeft me privé en zakelijk te schaden), is opgezet met een TypePad-account dat betaald werd met de MasterCard van Ludo Pyis.

De betrokkenheid van Ludo Pyis met Rechtvanantwoord.com blijkt ook uit ander feiten/bewijsstukken. Onder meer uit een tekstje dat op 8/11/2008 kortstondig online stond op Rechtvanantwoord.com. Het betreft een verslagje van een vergadering van de (tot op vandaag onbestaande) vzw ‘Recht van antwoord’. De tekst luidde: ‘Graag wil ik iedereen bedanken voor de aanwezigheid om (bedoeld wordt: op,  M.E.)  de eerste  vergadering van de werkgroep Persvrijheid van Recht van antwoord vzw. We sturen de notulen van de vergadering (en de foto’s – bedankt An voor de digitale kiekjes)’. Die An is een foutje, het moet Anne zijn. Het betreft Anne-Marie Masscheleyn, de levensgezelin van Ludy Pyis en zaakvoerder van Business Excellence Center.

Dank zij het geklungel van Nelissen Grade beschikken we over een fax die tevens de samenwerking aantoont tussen Ludo Pyis, Filip De Saeger en Aexander Dresen in het kader van mijn juridische belaging. Op 26 november 2008 verzond advocatenkantoor Nelissen Grade per vergissing een fax (getekend door Yves Nelissen Grade zelf) naar mijn raadsman in plaats van naar de advocaat van Filip De Saeger. In dat onluisterende schrijven wordt gesteld “We blijven natuurlijk zeer enthousiast het idee verdedigen van een collectieve aanval versus de heer Ernst omdat dit ons toch wel meer krediet zal geven bij het Openbaar Ministerie.”

Deze fax werd, zo wordt onderaan vermeld, ook verzonden naar CMS DeBacker. Dat is het advocatenkantoor van Alexander Dresen. Dresen heeft, net als De Saeger en Pyis, een eitje met me te pellen wegen voor hem onwelgevallige (maar correcte) artikels van mijn hand. Meer bepaald omwille van De negen levens van Alexander Dresen (LNM Media) en LNM Media (Alexander Dresen) failliet en dan toch niet. Binnenkort weer wel ?. Dresen is, net als De Saeger en Pyis, een serial gefailleerde en een nieuw faillissement hangt hem boven het hoofd (zie LNM Media (firma van Alexander Dresen) vraagt gerechtelijke reorganisatie aan).

Echte gerechtelijke stappen tegen mij hebben de raadslieden van Dresen, Alexis Hallemans Tom Heremans van kantoor CMS De Backer, nog niet tegen mij ondernomen. En zullen dat, bij gebrek aan juridische grond, ook moeilijk succesvol kunnen. Gezien de afloop van de strafklacht van Pyis en de evolutie van die van De Saeger zullen ze nog minder dan ooit geneigd zijn dat te doen..

Hallemans en Heremans hebben zich beperkt (sic) tot een laakbaar en intimiderende schrijven naar mezelf en naar de firma die mijn persoonlijke blogsite MarcErnst.com host om een artikel over Dresen offline te krijgen – poging die in beide gevallen mislukte en gebeurde met rammeldende ‘juridische’ argumenten. Ook richtten ze een even verwerpelijk schrijven naar de onderzoeksrechter belast met het onderzoek naar de strafklacht van De Saeger. Een onderzoeksrechter benaderen en daarbij aan stemmingsmakerij doen door hem te wijzen op feiten die totaal los staan van de zaak die hij onderzoekt is erg ongebruikelijk, om niet te zeggen totaal not done. Bovendien is het zinloos want de aangekaarte feiten, in de veronderstelling dat een strafrechtelijk misdrijf  zijn (wat niet het geval is) mogen op geen enkele manier de onderzoekrsrechter en nadien de magistraten (om te beginnen de susbstituut van de de procureur) beïnvloeden bij de beoordeling van het dossier waarover ze zich buigen.

Benieuwd naar wat een rechtbank over al deze bewijsstukken, en natuurlijk ook over het onmiskenbare lasterlijke (want onder meer anonieme) karakter van Rechtvanantwoord.com, zal denken. Want ooit komt de dag dat het trio Pyis-De Saeger-Dresen zich voor de rechtbank zal moeten verantwoorden voor hun (criminele) daden jegens mij. Dat wordt dan ‘les arroseurs arrosé’. Of, om het in het Nederlands te zeggen: Boontje komt om z’n loontje.

P.S.

Ik heb alle vertrouwen in de wijsheid van het Hof van Beroep inzake de klacht wegen laster en eerroof van Filip De Saeger. Evenmin als in het geval van Pyis/Areopa is er hier sprake van laster en eerroof (wel van eveneens kritische onderzoeksjournalistiek). Vermeende persdelicten dienen trouwens, zoals de (grond)wet het voorschrijft en door tal van jurisprudentie wordt bevestigd, door de assisenrechtbank be- en veroordeeld te worden. Een verbreking door het Hof van Beroep van de eerdere juridisch betwistbare veroordeling door de correctionele rechtbank in deze zaak is dan ook erg waarschijnlijk.

Zie ook :
– 
www.MarcErnst.com/rechtvanantwoord
Wat mijn belagers liever niet gepubliceerd zagen. En waarom ze mij de rekening presenteren, op zowel juridische als criminele wijze

————————————————————————————————-

Update  18/4/2012

Het hof van cassatie velde op 6 maart 2012 een arrest waarmee een definitief punt wordt gezet achter de (van de pot gerukte) resem strafklachten van de (gevallen) ‘zakenman’ Filip De Saeger tegen uitgever en internetpublicist Marc Ernst. Die strafklachten van Filip De Saeger alsmede van zijn inmiddels gefailleerde bedrijven Fides Consulting bvba en HRM Net bvba werden neergelegd op 2 november 2007.

De strafklachten van De Saeger tegen Marc Ernst waren: diefstal, misbruik van informaticasystemen en laster en eerroof. De eerste twee (diefstal en misbruik van informaticasystemen) waren zo licht(zinnig) – er waren volgens de kamer van inbeschuldigingstelling geen aanwijzingen voor – dat ze niet eens onderwerp werden van een doorverwijzing naar de correctionele rechtbank. Enkel voor laster en eerroof werd Marc Ernst naar de correctionele rechtbank doorverwezen. Deze doorverwijzing werd door Marc Ernst en zijn raadsman (meester Jos Vander Velpen, tevens voorzitter van de Liga voor Mensenrechten) gecontesteerd want de feiten betreffen een (mogelijk) persmisdrijf en enkel het hof van assisen is bevoegd om die te beoordelen. Het onderwerp van en de aanleiding voor die strafklacht waren diverse onthullende en kritische online artikels van de hand van Marc Ernst over de bedenkelijke zakelijke praktijken van Filip De Saeger en twee van zijn toenmalige ondernemingen (Fides Consulting in de eerste plaats).

Tegen alle verwachtingen in – want niet conform diverse rechtspraak – werd Marc Ernst in eerste aanleg veroordeeld. Die veroordeling werd echter ongedaan gemaakt door het hof van beroep. Dat volgde de argumentatie van de raadsman van Marc Ernst dat de correctionele rechtbank onbevoegd is om over de feiten te oordelen aangezien het een (mogelijk) drukpersmisdrijf betreft. En dat moet door een assisenrechtbank/volksjury worden berecht. Filip De Saeger tekende cassatieberoep aan tegen de uitspraak van het hof van beroep maar het hoogste gerechtshof van het land volgde de zienswijze van de raadsman van Marc Ernst en verbrak het arrest van het Gentse hof van beroep niet.

Het arrest van het hof van cassatie in deze zaak mag als historisch bestempeld worden want het maakt het onderscheid ongedaan dat de wetgever nog aanbracht inzake strafbare meningsuitingen in de media. Voortaan kunnen die enkel nog beoordeeld en desgevallend bestraft worden voor het hof van assisen, ongeacht het medium waarin de het meningsdelict gepleegd werd. Internetmedia genieten nu dezelfde grondwettelijke waarborgen op het vlak van persvrijheid als gedrukte en audiovisuele media.

Dit spraakmakende arrest was inmiddels onderwerp van opiniestukken van professor mediarecht Dirk Voorhoof (Universiteit Gent) in dagbladen en vakmedia zoals De Juristenkrant.

In de praktijk neemt met dit arrest van het hof van cassatie een einde aan de jarenlange juridische Calvarieberg van Marc Ernst. Belgische rechtbanken starten immers zelden of nooit een assisenproces op voor persdelicten – veronderstelde persmisdrijven, want zo lang een rechtbank zich niet over de grond van de zaak uitsprak geniet men het vermoeden van onschuld. Sinds Wereldoorlog II werd nog maar een persmisdrijf voor het hof van assisen gebracht. (Tussen haakjes: door de slordige opstelling van het arrest van 6 maart schendt het hof van cassatie dat vermoeden van onschuld van Marc Ernst want laat uitschijnen dat er wel degelijk sprake is van laster en eerroof daar waar dat nog dient bewezen te worden, desgevallend door het assisenhof – wat dus niet zal gebeuren. Deze nonchalance heeft echter geen enkel praktisch gevolg. Al zou men er de overheid voor kunnen dagvaarden en een schadevergoeding eisen en de zaak wellicht met twee vingers in de neus winnen).

Post a reaction

Your email address will not be published. Required fields are marked *

* Comments are welcome in English, French or Dutch. Only reactions by authors who have stated their full name and e-mail address will be published. No mention of e-mail addresses will be made on the website. We only require them to enable us to contact the writer of the reaction should this prove necessary. HRMblogs.com reserves the right to delete reactions that are not in conformity with the general conditions and code of behaviour of this website.

recent reactions
 
poll

    Should an employer facilitate the practice of the Ramadan at the workplace?

    View Results

    Loading ... Loading ...

 
 
categories
 
archive
 
Disclaimer

Everything posted on this website/blog is the personal opinion of the individual contributor and does not necessarily reflect the view of BizInfo/HRMblogs or its clients, nor the author respective employer or clients.