FR
 
STARTPAGE Blogs
 
 
Studenten zijn onmisbaar voor de Belgische arbeidsmarkt
published by , on 18/09/2008

Met de vaststelling dat de werkzaamheidsgraad in België veel te laag is trappen we een open deur in. In 2007 lag de Belgische werkzaamheidsgraad op 62%. Europa haalt 65,4%. Hoewel er sprake is van een licht stijgende trend is de voorbije jaren de achterstand op Europa nog verder toegenomen. Indien de evolutie van de voorbije jaren de komende jaren wordt verder gezet duurt het nog zo’n driekwart eeuw vooraleer de Lissabon doelstellingen, die een werkzaamheidsgraad van 70% voorschrijven, worden gehaald.

Een nadere analyse leert dat de achterstand in werkzaamheidsgraad vooral wordt veroorzaakt door het minder presteren van Wallonië en Brussel en sterker dan gemiddeld geconcentreerd is bij vijftig plussers, allochtonen, laaggeschoolden, vrouwen en ook jongeren. Wallonië en Brussel halen een werkzaamheidsgraad van respectievelijk 55 en 57%. Slechts één op drie oudere werknemers is in België aan de slag. In Europa is dit 45%. Vier op tien laaggeschoolden werken in België. In Europa ligt dit percentage maar liefst 9% hoger. Als doelgroep scoren de vrouwen veruit het best. De werkzaamheidsgraad van vrouwen bedraagt op dit ogenblik 55,3%. In Europa is dit slechts 3% meer. Het verschil wordt trouwens volledig door laaggeschoolde vrouwen veroorzaakt. De situatie van de allochtonen is nog steeds dramatisch. Het verschil met Europa bedraagt maar liefst 20% (resp. 38 en 58%). Wel toch even opmerken dat, althans volgens de perceptie, het meer ‘racistische’ Vlaanderen ook voor deze doelgroep veel beter scoort dan Wallonië (resp. 42 en 32%). Brussel haalt in deze een score van 37%.

En dan zijn er nog de jongeren (15-25 jaar). Ook voor deze doelgroep is het verschil met Europa bijzonder groot. In Europa werken gemiddeld 37% van de jongeren, in België 27%. Er zijn meerdere oorzaken voor dit verschil. Vooreerst is er het gemiddeld lang doorstuderen van de Belgische studenten. België heeft in vergelijking met de rest van Europa een zeer hoog aandeel hooggeschoolde jongeren die elk jaar de arbeidsmarkt betreden. Alleen de Skandinavische landen doen hier beter wat uiteraard een positief gegeven is. Toch kunnen vragen gesteld worden bij het fenomeen waarbij studenten na het behalen van een master blijven hangen aan de universiteit. Het is zeer de vraag of deze extra masters veel opleveren op de arbeidsmarkt. De kans is reëel dat in een aantal gevallen er toch meer sprake is van studie consumptie dan van een investering in competenties voor de arbeidsmarkt. Naast het doorstuderen mag niet vergeten worden dat jeugdwerkloosheid in Brussel en Wallonië nog steeds een reëel probleem is. In Vlaanderen is nog één op drie jongeren aan het werk. In Wallonië en Brussel is dit respectievelijk 23 en 20%. Dit verschil heeft niets te maken met het gemiddeld langer doorstuderen van Waalse en Brusselse jongeren maar alles met de jeugdwerkloosheid in die regio’s. Het verklaart o.a. waarom de Brusselse en Waalse publieke opinie inzake de arbeidsmarktproblematiek zo verschillend is van de Vlaamse.

Tenslotte is er nog een statistisch onderscheid waar weinig de aandacht wordt op gevestigd. Werkende studenten worden in België niet meegeteld in de cijfers tenzij ze onder het gewone werknemersstatuut vallen. Dit is op zich niet onlogisch. Belgische werkstudenten dragen immers niet bij tot de sociale zekerheid (een minieme solidariteitsbijdrage niet meegerekend). Een werkzaamheidsgraad van 70% is nu net nodig om het sociale zekerheidsstelsel te vrijwaren voor de toekomst. Daar staat tegenover dat werkstudenten wel bijdragen tot de welvaart in dit land. Verschillende sectoren zouden (zeker tijdens de zomermaanden) niet kunnen functioneren zonder de studenten. Studenten en schoolverlaters samen maken b.v. meer dan 40% uit van het aandeel uitzendkrachten in dit land. Indien de werkstudenten wel zouden opgenomen worden zou de werkzaamheidsgraad bij jongeren een flink stuk hoger liggen. Dit betekent echter niet dat het verschil zou zijn weggewerkt. In Nederland worden de werkstudenten wel meegenomen in de cijfers wat mee de hoge werkzaamheidsgraad bij jongeren verklaart. Hier moet wel worden opgemerkt dat bij Nederlandse studenten veel meer tijdens het schooljaar wordt gewerkt (gemiddeld 13 uur per week). In België begint dit patroon onder invloed van de gewijzigde wetgeving pas de voorbije jaren door te breken. Het verschil tussen België en Nederland is dus niet alleen terug te brengen tot statistische keuzes. De recente plannen van Minister van Werk Milquet om de interessante werkvoorwaarden voor studenten tijdens het schooljaar weer terug te schroeven zouden deze gunstige ontwikkeling voor de Belgische arbeidsmarkt zeker stokken in de wielen steken en moeten dan ook resoluut afgewezen worden. De simpele realiteit is dat de Belgische arbeidsmarkt niet meer zonder studenten kan functioneren. Hetzelfde geldt trouwens voor de meeste Europese landen.

(Deze column verscheen eerder in De Tijd)

Post a reaction

Your email address will not be published. Required fields are marked *

* Comments are welcome in English, French or Dutch. Only reactions by authors who have stated their full name and e-mail address will be published. No mention of e-mail addresses will be made on the website. We only require them to enable us to contact the writer of the reaction should this prove necessary. HRMblogs.com reserves the right to delete reactions that are not in conformity with the general conditions and code of behaviour of this website.

recent reactions
 
poll

    Should an employer facilitate the practice of the Ramadan at the workplace?

    View Results

    Loading ... Loading ...

 
 
categories
 
archive
 
Disclaimer

Everything posted on this website/blog is the personal opinion of the individual contributor and does not necessarily reflect the view of BizInfo/HRMblogs or its clients, nor the author respective employer or clients.