FR
 
STARTPAGE Blogs
 
 
Hoezo arbeidsmarkt moet gesplitst worden?
published by , on 07/08/2008

Door ‘België Anders’ (met o.a. Rudy Aernoudt, Tonny Mary, Baudouin Velge en Inge Geerdens)

Twaalf ondernemers die zich onafhankelijk noemen, stellen het nut van een verdere regionalisering van het arbeidsbeleid ter discussie.

Niets is meer ideologisch geladen dan arbeid. Van de marxistische vervreemding door de arbeid tot de syndicale eis op het recht op arbeid, het blijft een uitdaging om het thema te bespreken zonder in dogma’s en clichés te vervallen. Dat is niet anders met de regionalisering van de arbeidsmarkt. Autonomisten beschouwen dit als een trofee: een geactualiseerde versie van ‘Walen buiten’ op de arbeidsmarkt. In dit dogmatisch debat is het dan ook uiterst moeilijk plaats te maken voor een objectieve kostenbatenanalyse van de splitsing. Toch willen we een poging ondernemen. Het bedrijfsleven wenst immers uit de impasse te geraken waarin dit land zit. Precies daarom moet efficiëntiestreven prevaleren op dogmatisch denken.

Ons land kent een half miljoen werklozen, maar hun opleiding is vaak niet wat de arbeidsmarkt vereist. Na jaren retoriek blijft opleiding de achilleshiel van de arbeidsmarkt. In Wallonië wordt massaal geïnvesteerd in vorming en opleiding voor jongeren: 0,5 procent van het Waalse bbp gaat naar opleiding en vorming tegenover 0,3 procent in Vlaanderen. De fout ligt natuurlijk ook gedeeltelijk bij het onderwijs, dat een regionale bevoegdheid is. Als het daar verkeerd loopt, zijn alle vormingsacties een pleister op een houten been. Het onderwijs in de Franstalige Gemeenschap behoort tot het slechtste van Europa. En dat is de echte hypotheek op de toekomst van de regio.

Dan de opvolging. VDAB, Actiris en Forem zijn de drie regionale bemiddelingsinstanties die voor de vorming en opvolging instaan. De drie regio’s beschikken daarover over meer dan 10.000 ambtenaren, of één ambtenaar per 50 werklozen. Dit moet ruim voldoende zijn om een intense opvolging van alle werklozen te garanderen. De regionalisering leidde tot verschillende databases inzake werk en werklozen wat de interregionale mobiliteit verhinderde. Na 25 jaar autonomie juichen wij de eerste tekenen van intense samenwerking tussen de regionale diensten toe en pleiten voor nog meer intense samenwerking en een verbetering van de efficiëntie.

Arbeidspremies worden al toegekend aan Vlaamse werkgevers die ‘Vlaamse oudere werklozen’ in dienst nemen. Subsidieland Vlaanderen zweert dus nog bij arbeidsplaatspremies waarvan de meeste academische studies hebben aangetoond dat ze weliswaar een effect kunnen hebben op de geviseerde doelgroep, maar dat dit ten koste gaat van de niet-geviseerde doelgroep en dat het netto effect dus nihil is. De drie competenties uitgevoerd op regionaal niveau kunnen bezwaarlijk als voorbeeld worden ingeroepen om verdere splitsing van het arbeidsmarktbeleid te legitimeren.

We moeten dan ook op zoek naar een andere argumenten voor de splitsing.

De loonevolutie moet de evolutie van de productiviteit weerspiegelen. De productiviteit ligt in Wallonië echter lager dan in Vlaanderen. Maar door de federale loononderhandelingen evolueren de lonen even snel in Wallonië als in Vlaanderen waardoor een competitief nadeel ontstaat in Wallonië, en dus kunnen loononderhandelingen niet langer op Belgisch niveau. Deze redenering is theoretisch juist, maar wordt door de feiten weerlegd. Tien jaar geleden lag productiviteit in de Waalse industrie 11 procent lager dan in Vlaanderen, en de salarissen lagen er 3 procent lager. Dit leidde tot een competitief nadeel, uitgedrukt in loonkosten per uur, van 8 procent. De federale loononderhandelingen hebben niet belet dat dit nadeel afnam. De meest recente accurate cijfers (2004) tonen aan dat de salarissen in de Vlaamse industrie nu 6 procent hoger liggen en de productiviteit ligt er 8 procent hoger. Het competitief nadeel van de Waalse industrie bedraagt dus nog slechts 2 procent en zou in 2010 volledig zijn weggeëbd.

Dan is er nog de werklozenvergoeding. Vlamingen hadden het daarbij vaak, terecht, over de laksheid van de Walen inzake sanctierecht. Maar daar kwam recentelijk, onder meer in het kader van de Europese coördinatiemethode, verandering in. Jaarlijks worden nu heel wat Walen geschrapt; zelfs proportioneel meer dan Vlamingen.

In 2007 vertegenwoordigden de Vlamingen 25 procent, de Walen 58 procent en de Brusselaars 17 procent van de schorsingen. Ten slotte is er de arbeidsreglementering. De bedoeling is dat die meer wordt geharmoniseerd op Europees niveau. Regionaliseren, om nadien opnieuw te harmoniseren lijkt ons een weinig nuttige aanwending van onze belastingsgelden. Ondernemingen actief in beide landsgedeelten zullen geconfronteerd worden verschillende reglementeringen wat extra kosten zal veroorzaken. Trouwens een regionale differentiatie gaat tegen de Europese stroom in en zal de mobiliteit tussen werknemers, binnen Belgisch, nog bemoeilijken.

Als we nu eens alle energie die we stoppen in het regionaliseringsdebat zouden steken in een verbetering van de werking van de arbeidsmarkt. Een arbeidsmarkt waarbij werken meer loont dan niet werken. Een implementatie van de Europese regeling die voorziet dat ouderen aan het werk gaan. Een doel waar nota bene Vlaanderen het slechtst geplaatst is van de drie regio’s. Niet via arbeidsplaatspremies, maar via een reglementering die maakt dat ondernemers niet langer bang zijn oudere werknemers aan te werven omdat het te duur is om ze te ontslaan, als dat nodig zou blijken. En ten slotte een daling van de lasten op arbeid, in het bijzonder voor de jongeren.

Waar wachten wij op: op verdere imagoschade?

Deze tekst verscheen oorspronkelijk in De Standaard (van 23/7/2008)

Reactions (1)
  • Fons Leroy (VDAB) says:

    Twaalf onafhankelijke ondernemers van de reflectiegroep ‘België anders’ stellen de behoefte aan een verdere regionalisering van het arbeids(markt)beleid in vraag. Volgens mij is die behoefte er echter wel degelijk.

    De deelstaten hebben al een zekere autonomie om in te spelen op hun specifieke sociaal-economische realiteit. In Vlaanderen heeft dit bijvoorbeeld geleid tot een snelle introductie van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën in de dienstverlening van de VDAB. De OESO loofde hiervoor de VDAB als moderne overheidsorganisatie. Tevens kreeg de private intermediaire sector hier, in tegenstelling tot de andere gewesten, vanaf 1993 een duidelijke en groeiende plaats in het Vlaamse arbeidsmarktbeleid. Zo ook koos het Vlaams Gewest voor een integratie van de tewerkstelling en opleiding van personen met een handicap in de reguliere dienstverlening van de VDAB. Wallonië en Brussel hebben dan weer acties uitgetekend en maatregelen genomen die beter passen bij hun situatie.

    Niettegenstaande deze verschillende aanpak is ook het besef gegroeid dat sommige arbeidsmarktproblemen best gemeenschappelijk worden aangepakt. De Interregionale Banenconferentie van 14 juli, in aanwezigheid van de ministers-presidenten van de deelstaten, heeft het belang daarvan nog maar eens benadrukt. Met de oprichting van gemeenschappelijke teams Forem – VDAB en Actiris – VDAB geven de publieke bemiddelingsdiensten ook duidelijk aan dat zij over de taalgrenzen heen willen samenwerken.

    Juist deze aanpak – alleen of gemeenschappelijk naar gelang de behoefte zich stelt – toont de noodzaak aan van méér regionalisering. De deelstatelijke bevoegdheden zijn vandaag immers noch homogeen noch exclusief bepaald en ze kunnen juist daardoor onvoldoende doelmatig worden uitgeoefend, hetzij apart, hetzij gemeenschappelijk. Dat heeft in het verleden al geleid tot talrijke disputen en efficiëntieverlies. Federale maatregelen zoals de PWA’s, het begeleidingsplan voor werklozen, de startbanen,… hebben de Vlaamse bevoegdheden doorkruist of uitgehold. Homogenisering kan hier zorgen voor een sterker beleid.

    Ik ben het met de twaalf ondernemers eens dat het arbeidsrecht en de sociale zekerheid (en dus ook de werkloosheidsverzekering) beter federaal blijven. Sociale bescherming organiseer je immers best op het hoogst mogelijke niveau en bovendien zou de splitsing van de werkloosheidsverzekering zeer complex en dus duur zijn. Maar bepaalde activeringshefbomen die essentieel zijn voor een bemiddelings- en opleidingsbeleid, zitten verankerd in de werkloosheidsverzekering of het arbeidsrecht. Is het dan niet aangewezen om deze elementen (en enkel deze) af te bakenen en onder te brengen onder het regionaal arbeidsmarktbeleid? Ik denk hierbij aan het bepalen van wat verstaan moet worden onder ‘beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt’, ‘outplacement en herplaatsing van werknemers’, of het gebruik van uitzendarbeid als herinschakelingsinstrument.

    Dit pleidooi is niet tegenstrijdig met de noodzaak om méér institutionele samenwerkingsakkoorden te sluiten. We hebben immers een gezamenlijk doel: een zo hoog en duurzaam mogelijke werkgelegenheid te garanderen.

    Deze tekst verscheen ook in De Standaard van 25 /72008

    Fons Leroy is gedelegeerd bestuurder van de VDAB

Post a reaction

Your email address will not be published. Required fields are marked *

* Comments are welcome in English, French or Dutch. Only reactions by authors who have stated their full name and e-mail address will be published. No mention of e-mail addresses will be made on the website. We only require them to enable us to contact the writer of the reaction should this prove necessary. HRMblogs.com reserves the right to delete reactions that are not in conformity with the general conditions and code of behaviour of this website.

recent reactions
 
poll

    Should an employer facilitate the practice of the Ramadan at the workplace?

    View Results

    Loading ... Loading ...

 
 
categories
 
archive
 
Disclaimer

Everything posted on this website/blog is the personal opinion of the individual contributor and does not necessarily reflect the view of BizInfo/HRMblogs or its clients, nor the author respective employer or clients.