FR
 
STARTPAGE Blogs
 
 
De maat is vol
published by , on 02/08/2008

Door Arjen van Witteloostuijn (o.m. onderzoekhoogleraar economie aan de Universiteit Antwerpen)

Over Fortis is veel ophef. En terecht. De bank heeft voor veel te veel geld een concurrent overgenomen. Sindsdien is de aandelenkoers dramatisch gekelderd. Voor het Benelux-deel van ABN Amro is 25 miljard euro neergeteld. Inmiddels is Fortis met ABN Amro nog maar 20 miljard euro waard. Ergo: Fortis verkeert in geldnood, wat door de kreditcrisis verder is verergerd. Van jager is het prooi geworden. Niemand moet verbaasd zijn als Forstis straks wordt opgeslokt door ING. Als de aankoop van ABN Amro geen kat in de zak is, wat is dat dan wel. Toch heeft topman Jean Paul Votron 2,5 mljoen euro gekregen vanwege de, volgens Fortis zelf, succesvolle overname van ABN Amro. Een gotspe. Het geval Fortis-Votron staat niet op zichzelf. Niet alleen in Vlaanderen, maar ook daarbuiten ontstaat periodiek verontwaardiging over weer een excessieve beloning van weer een topman van weer een grote onderneming. Ook in deze krant verschijnen regelmatig lijstjes met een nieuwe reeks exorbitante topbeloningen. Aan de andere kant van de noordgrens heeft dezelfde Fortis-casus ook tot veel onbegrip geleid – daar omdat de toenmalige topman van ABN Amro Rijkman (!) Groenink aan de verkoop van ‘zijn’ bank bijna 40 miljoen euro heeft overgehouden. In deze verontwaardiging spelen twee elementen een rol. In de eerste plaats is de voortdurende stijging van het absolute niveau van de beloningen van de managementelite velen een doorn in het oog. In de tweede plaats wordt niet begrepen waarom zelfs topmanagers die evident onder de maat presteren, een grote zak met euro’s krijgen toegeschoven. De topmanagementelite zelf is op zijn beurt weer verontwaardigd over de publieke verontwaardiging. Zij verwijten het publiek dom populisme, gevoed door onwetendheid en jaloezie. In Nederland heeft een deel van de top van de bedrijfstop gedreigd het land te verlaten. Het lijkt erop alsof het voetvolk medelijden met de bedrijfselite moet krijgen. Het moet toch niet gekker worden.

In een poging de zelfverrijking te rechtvaardigen en te rationaliseren werpt de bedrijfselite telkenmale dezelfde kletskoek in de strijd. Op deze plaats moet worden volstaan met een korte bespreking van de top-vijf van deze lariekoekargumenten.

  1. De markt wikt en beschikt. Voor de diensten van David Beckham en Marco Borsato worden ook miljoenen betaald omdat hun talenten uniek zijn. Waar veel vraag is naar een schaars goed, lopen de prijzen op. Voor topmanagement bestaat echter helemaal geen markt. Het is vooral een intransparant netwerk waarin banen en beloningen worden doorgeschoven naar gelijkgezinden.
  2. De toegevoegde waarde van het topmanagement is het veelvoud van de beloning. Dat is een misverstand. Voor de toegevoegde waarde van de topmanager, een enkele uitzondering daargelaten, bestaat geen enkel bewijs. De vervanging van de ene topmanager door de ander heeft in het algemeen geen enkel effect op de prestaties van de onderneming, net zoals de vervanging van de trainer van Anderlecht of Standaard Luik dat niet heeft op de resultaten van het elftal.
  3. Zonder concurrerende beloningen vertrekt het managementtoptalent naar het buitenland. Om te beginnen valt het met de internationale mobiliteit van het topmanagement nogal mee. Daarnaast is het zeer de vraag of emigrerende topmanagers een lacune achter laten die niet locaal kan worden opgevuld. De vertrekkende manager kan makkelijk worden vervangen.
  4. De aandeelhouder is bereid deze megabedragen voor de bedrijfselite op te brengen. Dat lijkt waar te zijn, maar aandeelhouders vormen geen serieuze tegenmacht. Allereerst houdt de aandeelhouder zich zelden bezig met deze, vanuit zijn perspectief, marginale kwestie. Daarenboven vergt de organisatie van tegenmacht een collectieve actie onder verspreide aandeelhouders die slechts moeizaam en tegen hoge kosten van de grond kan komen.
  5. De politiek en het publiek moeten zich niet bemoeien met privékwesties. Maar de politiek intervenieert voortdurend in privékwesties, namens het publiek, als zij denkt dat daarmee een algemeen belang gediend is. Scheefgroei in het loongebouw is een publieke zaak. Doorgeschoten denivellering ondermijnt de maatschappelijke solidariteit en maakt de kans op onrust op de arbeidsmarkt groter.

Omdat de bedrijfselite vermoedelijk wel aanvoelt dat deze en andere argumenten niet direct tot algemeen begrip leiden, is de laatste verdedigingslinie altijd een verwijzing naar kinnesinne. Het volk is jaloers. Met een dergelijke dooddoener kan elke vorm van morele verontwaardiging worden afgeserveerd.

Eén ding is in ieder geval wel duidelijk: de dialoog met de bedrijfselite schiet niet op. Voor tegenargumenten is de topmanager niet gevoelig. Een patstelling is geboren die op geen enkele manier tot matiging leidt. Het lijkt daarom tijd voor polemiek. Het gedrag van de bedrijfselite begint pathologische vormen aan de nemen. Het is een vorm van narcisme die ziekelijk is. Een groot ego wordt gekoppeld aan korte tenen. Groepsdenken leidt tot blikvernauwing en zelfoverschatting. Het gevolg is dat de kloof tussen de bedrijfselite en de burger-werknemer alsmaar dieper wordt. De roep om ingrijpen in allerlei Europese landen is daarom terecht. Zelfs in de ultra-kapitalistische bergstaat Switzerland is een tegenbeweging op gang gekomen. De vraag is vervolgens wat moet worden gedaan om het tij te keren. Vooralsnog staat Nederland alleen in het voornemen om concrete maatregelen te nemen. In alle andere landen wordt keer op keer volstaan met een moreel beroep op het gezonde verstand en eerlijke moraliteit van de bedrijfselite met het verzoek tot zelfdisciplinering over te gaan. Het is alsof aan een leeuw wordt gevraagd uit vrije wil passerende gazelles met rust te laten. 

Het is van tweeën één: of de politiek berust in de harde realiteit van het geliberaliseerde kapitalisme en bewaart verder het stilzwijgen, of de politiek zet woorden om in daden. Het zou prachtig zijn als het om Europese daden zou gaan, maar het wachten daarop kan eeuwig duren. Liever wordt gebruik gemaakt van de nationale soevereiniteit door op landenniveau concrete maatregelen te introduceren. Als het Nederlandse schaap aan de andere kant van de dam straks gezelschap krijgt van meer Europese schapen, kan een domino-effect in gang worden gezet. Zonder uitputtend te zijn kan worden gedacht aan het volgende drietal maatregelen:

  1. Verbiedt gouden handdrukken. In de praktijk zijn gouden handdrukken vooral een beloning voor ondermaatse prestaties. Het argument dat topmanagers blootstaan aan onevenredig grote ontslagrisico’s die gecompenseerd dienen te worden, impliceert een dubbeltelling. Hetzelfde argument wordt immers gebruikt om hoge salarisen te rechtvaardigen. Daarnaast valt het met die risico’s nogal mee. De vertrokken topmanager weet zichzelf uitstekend te redden in een nieuwe baan of in zijn tweede huis aan de Côte d’Azur.
  2. Introduceer een hoog marginaal belastingtarief boven een redelijke drempel. Het progressieve belastingstelsel bestaat niet voor niets. Het is bedoeld rechtvaardigheid en solidariteit te bevorderen. De sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. Het tegenargument dat bij een hoge drempel de totale bijdrage aan de overheidsfinanciën gering zal zijn, is irrelevant. Uiteraard is de vaststelling van de drempel en het tarief een politieke beslissing, maar een drempel van een miljoen euro en een tarief van 80 procent zijn niet absurd.
  3. Regel dat de bedrijfselite alleen nog een vast salaris mag ontvangen. Twee argumenten worden aangevoerd ten faveure van variabele beloningen. Aan de ene kant zou de topmanager een ondernemend risico dragen. Dat doet hij echter met het kapitaal van anderen, zodat hij niet anders is dan een topambtenaar. Aan de andere kant zou variabel belonen zijn inspanningen verhogen en in overeenstemming brengen met de belangen van de aandeelhouder. De manager die deze prikkel nodig heeft om zijn werk goed te doen, is ongeschikt voor zijn baan.

Mocht in reactie hierop de bedrijfselite België of Vlaanderen verlaten, dan hoeft daarover geen traan te worden gelaten. Gezien de geringe toegevoegde waarde van de topbureaucraat in een grootbedrijf kan makkelijk in vervanging worden voorzien. Daarnaast worden wij daarmee verlost van klagende narcisten die vooral voor ergenis zorgen. 

(Deze column verscheen eerder in De Morgen)

Arjen van Witteloostuijn is hoogleraar Economie aan de Universiteit van Antwerpen, hoogleraar Institutionele Economie aan de Universiteit van Utrecht en hoogleraar Bedrijfsstrategie aan de University of Durham (Verenigd Koninkrijk). In de jaren tachtig en negentig was hij respectievelijk verbonden aan de Universiteit van Maastricht, gastonderzoeker aan New York University en gasthoogleraar aan de Warwick Business School (VK). Tot 2006 was hij verbonden aan de Universiteit van Groningen. Zijn onderzoeksinteresses liggen op het snijvlak van economie, psychologie en bedrijfskunde. Hij publiceerde in 1999 het boek De Anorexia Strategie – over de gevolgen van saneren in het bedrijfsleven waarvoor hij twee prijzen ontving.

Post a reaction

Your email address will not be published. Required fields are marked *

* Comments are welcome in English, French or Dutch. Only reactions by authors who have stated their full name and e-mail address will be published. No mention of e-mail addresses will be made on the website. We only require them to enable us to contact the writer of the reaction should this prove necessary. HRMblogs.com reserves the right to delete reactions that are not in conformity with the general conditions and code of behaviour of this website.

recent reactions
 
poll

    Should an employer facilitate the practice of the Ramadan at the workplace?

    View Results

    Loading ... Loading ...

 
 
categories
 
archive
 
Disclaimer

Everything posted on this website/blog is the personal opinion of the individual contributor and does not necessarily reflect the view of BizInfo/HRMblogs or its clients, nor the author respective employer or clients.