FR
 
STARTPAGE Blogs
 
 
De arbeidsmarkt in 1958
published by , on 09/05/2008

Het is allemaal herdenking van de Expo 1958 wat de klok slaat heden ten dage. Niet alleen de wereldtentoonstelling zelf, de hele maatschappij van toen wordt opnieuw in de kijker geplaatst. Eén zeer belangrijk maatschappelijk thema wordt nagenoeg niet belicht: de arbeidsmarkt. Hoog tijd voor een kleine terugblik

50 jaar geleden kende België 121 747 werklozen. Dit lag weliswaar een stuk lager dan de meer dan 193 000 werklozen in 1953, een toenmalig naoorlogs record, maar een flink stuk hoger dan het jaar voordien 83 000. Op één jaar tijd steeg de werkloosheid dus met meer dan 50%. Of dit voor veel maatschappelijke onrust zorgde valt te betwijfelen want de werkloosheidsgraad lag met  5,4% nog steeds een flink stuk lager dan nu.

Er werkten 3,5 miljoen Belgen in 1958. Dat waren er 50 000 minder dan het jaar voordien. De beroepsbevolking bestond toen nog voor één vijfde werkgevers en zelfstandigen, bijna de helft arbeiders, 5% helpers en slechts 27% bedienden. 9% van de beroepsbevolking werkte nog in de landbouw. De overigen verdeelden zich gelijk tussen industrie en diensten. 1958 is op dat punt een scharnierjaar. Het is het eerste jaar dat de industrie niet meer de grootste werkverschaffer is. Wel dient opgemerkt dat de private en publieke diensten hier nog samengeteld zijn.

Dat er toen slechts 3,5 miljoen Belgen werkten heeft niet alleen te maken met de kleinere  bevolking maar ook met de veel lagere vrouwelijke tewerkstelling. In verschillende commentaren over het jaar 1958 heeft men het over het kostwinnersmodel. De man werkte buitenshuis en de vrouw zorgde voor een dikwijls kroostrijk gezin. Globaal klopt dit beeld maar het verdient enige nuancering. Mannen hadden in 1958 een aktiviteitsgraad van meer dan 75%. Met aktiviteitsgraad wordt het aandeel werkende en werkloze mannen bedoeld in % van de bevolking. De werkzaamheidsgraad lag dus enkele procenten lager. Vrouwen haalden een aktiviteitsgraad van 30%. In de totale beroepsbevolking hadden mannen een aandeel van 70%, de vrouwen 30%. Ongeveer de helft van de vrouwen ging ook al in 1958 werken eens men de school had verlaten maar stopten hiermee toen men trouwde of kinderen kreeg. De statistieken tonen duidelijk aan dat dit patroon wordt verlaten op het einde van de jaren ’50. De wereldtentoonstelling was niet alleen een ode aan het vooruitgangsdenken maar ook aan het consumentisme. Auto’s, televisies, huishoudelijke toestellen en ander comfort kwamen in het vizier van de gewone man en vrouw. Het spaarzaam sober leven werd vaarwel gezegd. Maar de rekeningen dienden wel betaald te worden en dus diende de vrouwen bij te springen in het gezinsbudget. Het aandeel vrouwen die begint te werken na de studies stijgt in de jaren ’60 van 50 naar 60%. Bovendien stoppen vrouwen veel minder met werken na het huwelijk. Zo stijgt de activiteitsgraad bij vrouwen tussen de 25 en 29 jaar van 37 naar 50% in dezelfde periode. Op dat ogenblik ontstaat de arbeidsmarkt die we nu kennen.  Een groter aandeel vrouwen op de arbeidsmarkt doet andere loopbaanpatronen ontstaan: deeltijdarbeid en het onderbreken van de loopbaan doen hun intrede  Het zal nog vele decennia duren vooraleer deze fenomenen correct gereguleerd worden. Pas in de jaren ’80 werd deeltijdarbeid gezien als volwaardige arbeid en werd loopbaanonderbreking wettelijk geregeld.

1958 was tenslotte ook het jaar waarin een nieuwe arbeidsvorm zich voor het eerst in België manifesteerde. Lucille Rode Gregg, een dochter van een in Ukkel wonend Amerikaans echtpaar stichtte reeds in 1956 een bedrijf dat de bezoekers van de wereldtentoonstelling begeleiding op maat kon aanbieden. Mevrouw Gregg kwam er echter snel achter dat er voor de tentoonstelling heel wat extra personeel zou nodig zijn zoals secretaressen, baby-sitters, vertalers en hostessen. Om hieraan tegemoet te komen sloot ze een licentieovereenkomst met Manpower. Het werd een commercieel succes. Onder de naam Gregg-Manpower kan het bedrijf beschouwd worden als de eerste marktleider van uitzendarbeid in België. Het zou later onder de naam Gregg en nog later onder de naam Vedior systematisch deel blijven uitmaken van de grootste uitzendbedrijven in België. Ook in dit geval zou het heel lang duren vooraleer het beleid wettelijk greep kreeg op de nieuwe ontwikkelingen. Pas in 1976 werd de voorlopige wet op de uitzendarbeid gestemd.   Sindsdien is deze wetgeving trouwens niet meer fundamenteel gewijzigd.

Wie met revolutionaire arbeidsmarktideeën rondloopt heeft dus best heel wat geduld. De korte terugblik leert ons dat het zo’n 20 jaar duurt vooraleer nieuwe arbeidsmarktpatronen een degelijk wettelijke verankering krijgen. Het is de vraag of we in de toekomst nog zoveel tijd zullen hebben om in te spelen op nieuwe evoluties.

Post a reaction

Your email address will not be published. Required fields are marked *

* Comments are welcome in English, French or Dutch. Only reactions by authors who have stated their full name and e-mail address will be published. No mention of e-mail addresses will be made on the website. We only require them to enable us to contact the writer of the reaction should this prove necessary. HRMblogs.com reserves the right to delete reactions that are not in conformity with the general conditions and code of behaviour of this website.

recent reactions
 
poll

    Should an employer facilitate the practice of the Ramadan at the workplace?

    View Results

    Loading ... Loading ...

 
 
categories
 
archive
 
Disclaimer

Everything posted on this website/blog is the personal opinion of the individual contributor and does not necessarily reflect the view of BizInfo/HRMblogs or its clients, nor the author respective employer or clients.