FR
 
STARTPAGE Blogs
 
 
De deeltijd economie
published by , on 29/03/2008

Eén van de belangrijkste ontwikkelingen op de arbeidsmarkt is de opkomst van de deeltijdse arbeidscontracten. In 1985 werkte één op acht werknemers in de oude Europese Unie deeltijds. Twintig jaar later was dit één op vijf. De stijging merken we zowel bij mannen als bij vrouwen. De voorbije 20 jaar steeg het aandeel deeltijds werkende vrouwen van 27 naar 36%.  Bij mannen ging het van 3,4 naar 7,7%.. Hoewel het om een relatief sterke stijging gaat blijft het verschil tussen de beide geslachten gigantisch. Twintig jaar geleden kende België nog een achterstand ten opzichte van het Europese gemiddelde. Nu zitten de Belgische mannen op het Europese gemiddelde en zitten de vrouwen er flink boven.  Liefst 40 % van alle werkende vrouwen in België doet dit deeltijds. Hoewel de trend inzake deeltijdse arbeid in Europa zowel bij mannen als vrouwen gemiddeld genomen nog steeds stijgend is, is dit niet in alle landen zo. In het de Verenigd Koninkrijk is het aandeel deeltijds werkende vrouwen reeds meer dan 10 jaar licht dalend. In Frankrijk stabiliseert dit aandeel reeds 10 jaar rond de 30%. Niet zo in Nederland waar de reeds historisch hoge scores bij zowel mannen als vrouwen in 2005 nog maar eens scherper werden gesteld. In Nederland werkt 22,6% van de mannen deeltijds, bij de vrouwen is dit … 75,1%.

Als een fenomeen zich zo sterk ontwikkelt dan is een belangrijke reden meestal dat het tegemoet komt aan behoeften van verschillende partijen op de arbeidsmarkt. De behoeften voor de werknemers zijn duidelijk. Deeltijdarbeid maakt het mogelijk om arbeid en gezin gemakkelijker met elkaar te verzoenen. Daar vooral vrouwen deze rol opnemen is het logisch dat zij meestal deeltijds werken. Deeltijdarbeid heeft er mee voor gezorgd dat de werkzaamheidsgraad bij vrouwen sterk is toegenomen. Daar waar vrouwen bij de geboorte van kinderen de arbeidsmarkt verlieten om meestal niet meer terug te keren schakelen ze nu dikwijls over naar deeltijdse arbeid. Overheden hebben dit proces mee ondersteund door systematisch allerlei drempels en discriminaties weg te nemen. In bepaalde gevallen werd deeltijd arbeid zelfs sterk gestimuleerd. In België konden onvrijwillig deeltijds werkenden ook werkloosheidsuitkeringen claimen. Recent wordt deeltijdarbeid ook aangewend om uitgroeibanen te creëren. De groei van deeltijdarbeid bij mannen in België is sterk terug te voeren tot dit fenomeen.

Ook bedrijven doen hun voordeel met deeltijdarbeid.  Werknemer die werk en privé beter op elkaar afstemmen zijn sowieso een goede zaak. Daarbij komt dat deeltijdarbeid in specifieke gevallen ook een  numeriek flexibiliteitsinstrument kan zijn. Bepaalde banen zijn ook beter of soms alleen maar uit te voeren in deeltijd.

De balans inzake deeltijdarbeid is dus duidelijk positief. Noch bij de sociale partners, noch bij de overheid zijn er kritische stemmen te horen in dit verband. Dit is eigenaardig want er zijn wel degelijk heel wat minpunten op te noemen. Vooreerst blijkt deeltijd werk sterk geconcentreerd bij de vrouwen. Het is één van de belangrijkste oorzaken van de loonkloof tussen mannen en vrouwen. Het maakt ze ook maatschappelijk kwetsbaar. Werkende armen in dit land zijn bijna zonder uitzondering alleenstaande vrouwen met een deeltijdse baan. Daarnaast wordt vergeten dat deeltijds werken ook leidt naar deeltijdse pensioenen. Deeltijdwerk heeft een remmende invloed op verticale mobiliteit. Er zijn ook aanwijzingen dat deeltijdse werknemers zich minder betrokken voelen bij het bedrijf. Zeker bij hoogopgeleide werknemers is deeltijds werken ook een gigantische verspilling van talent. Het is een terechte vraag of dit een luxe is die we ons eigenlijk nog kunnen veroorloven?  Opvallend is dat heel wat vrouwen deeltijds gaan werken nadat ze moeder zijn geworden maar niet meer overschakelen naar voltijds eens de kinderen het huis uit zijn. Een meerderheid van de deeltijds werkende vrouwen in Nederland heeft echter geen kinderen. Deeltijds werken heeft blijkbaar geleid tot een bepaald cultureel patroon dat nadien noch moeilijk verlaten wordt. In het kader van de meer structurele schaarste op de arbeidsmarkt loont het de moeite na te gaan in welke mate men meer vrouwen succesvol de transitie van deeltijds naar voltijds kan laten maken. Een belangrijke uitdaging ligt in deze bij het loopbaanbeleid in de bedrijven. Zolang opwaartse mobiliteit in de realiteit beperkt blijft tot maximum 40 jaar is er geen sprake van incentives voor goed opgeleide vrouwen om een versnelling hoger te schakelen en de deeltijdse baan te verlaten.

Dikwijls wordt ervan uitgegaan dat de arbeidsreserve in dit land nog uitsluitend ligt bij kansengroepen (ouderen, allochtonen en laaggeschoolden).  Dit is niet correct. Een belangrijke reserve is eveneens te vinden bij de meer dan 40% deeltijds werkende vrouwen.

(Deze column verscheen eerder in De Tijd)

Post a reaction

Your email address will not be published. Required fields are marked *

* Comments are welcome in English, French or Dutch. Only reactions by authors who have stated their full name and e-mail address will be published. No mention of e-mail addresses will be made on the website. We only require them to enable us to contact the writer of the reaction should this prove necessary. HRMblogs.com reserves the right to delete reactions that are not in conformity with the general conditions and code of behaviour of this website.

recent reactions
 
poll

    Should an employer facilitate the practice of the Ramadan at the workplace?

    View Results

    Loading ... Loading ...

 
 
categories
 
archive
 
Disclaimer

Everything posted on this website/blog is the personal opinion of the individual contributor and does not necessarily reflect the view of BizInfo/HRMblogs or its clients, nor the author respective employer or clients.