![]() |
|
||||||||||||||||||||||
|
Un train peut en cacher un autre. Enkele gedachten bij het IMF-rapport over België.
published by Guests, on 06/02/2008
Door John Vandaele Vorige week was het weer zover: het Internationaal Muntfonds (IMF) had zijn jaarlijkse diagnose over de Belgische economie klaar. Marc De Vos van de denktank Itinera maakte van de gelegenheid gebruik om de IMF-aanbevelingen te bewieroken als de vinger op de wonde van het Belgische trilemma (DS 31 januari 2008). Hij zette een hele trits IMF-raadgevingen op een rijtje. Verre van ons om die allemaal zomaar van tafel te vegen. Je moet al van erg slechte wil zijn om niet te erkennen dat de lasten op arbeid in ons land hoog zijn en dat dit allerlei nare gevolgen heeft. Maar zomaar het volledige IMF-medicijn omhelzen, lijkt ons dan weer iets te makkelijk. In het IMF-pakket bemerken we een aantal traditionele ingrediënten: de hervorming van de werkloosheiduitkeringen (lees: het beperken ervan in de tijd) en het flexibel maken, zeg maar het uithollen van collectieve loononderhandelingen. Wat ontbreekt, is het in vraag stellen van het minimumloon, nochtans ook een vaak weerkerend element in IMF-diagnoses. Uit onze bescheiden studie (in ons boek Het recht van de rijkste, 2005) van de artikel IV-consultaties van het IMF - zo heten die diagnoses officieel - leerden we dat het Fonds de neiging heeft om de Amerikaanse arbeidsmarkt als het na te volgen model te beschouwen. In de rapporten over West-Europese landen zit steevast een uitgebreid hoofdstuk over de arbeidsmarkt en zijn vele problemen – de zogenaamde rigiditeit ervan op kop. In het rapport over de VS daarentegen, ontbreekt soms zelfs een hoofdstukje arbeidsmarkt. Kennelijk is daar alles koek en ei. Willy Kiekens die ons land sinds vele jaren vertegenwoordigt bij het IMF, bekende ons ooit dat dit niet erg evenwichtig is. Die onevenwichtigheid is niet zo verbazend als je weet dat de VS het Fonds sinds zijn bestaan hebben gedomineerd. Ze hebben er altijd een veto gehad op alle belangrijke beslissingen. Nochtans, als we die Amerikaanse arbeidsmarkt van dichterbij bekijken, zijn er elementen die vragen oproepen. De enorme inkomensongelijkheid is er één van. Nogal wat mensen hebben wel werk maar verdienen daarmee amper genoeg inkomen om degelijk te leven. Aan de andere kant treffen we CEO’s die miljarden incasseren. De voorbije jaren toonde een stortvloed van studies aan dat feitelijk alleen de 10% hoogste inkomens hun inkomen – heel sterk – zagen stijgen: de vruchten van de mondialisering gingen uitsluitend naar de top. Wellicht is dit in tijden van mondialisering een onvermijdelijk gevolg van de flexibele arbeidsmarkt die het IMF voor ogen staat. Der Spiegel wijdde onlangs zijn coverstory aan de groeiende inkomensverschillen in Duitsland: toplonen voor managers en loontjes van amper 5 euro per uur onderaan. Hoe dat mogelijk is? Duitsland heeft geen minimumloon en bedrijven zijn er, anders dan in België, niet verplicht om toe te treden tot de CAO’s van hun sector. Lekker flexibel dus. Terug naar de VS: studies leren ook dat van alle rijke landen de sociale mobiliteit in de VS het laagst is: als je ouders niet rijk zijn, is er veel minder kans dat de kinderen wel een hoog inkomen zullen hebben. Het zeer dure hoger onderwijs zit daar voor veel tussen. Nu is ongelijkheid voor het IMF nooit een zorg geweest, welintegendeel. We herinneren ons dat Nederland in zijn IMF-rapport van 2003 de kritiek kreeg dat het maken van ‘landelijke sociale akkoorden de verschillen in lonen kan onderdrukt hebben, wat resulteert in verlies aan efficiëntie’. Blijkbaar is het Fonds ervan overtuigd dat grote loonverschillen wenselijk zijn. Het ideaal van het IMF is kennelijk de totaal vrije arbeidsmarkt. Minimumlonen staan daar haaks op omdat ze de vrije prijsvorming belemmeren door er onderaan een bodem in te steken. CAO’s zijn in dat opzicht eveneens een vloek. Ook werkloosheidsuitkeringen verstoren de markt omdat werklozen dan werk weigeren dat minder betaalt dan een uitkering. IMF-economisten die technisch klinkende maatregelen voorstellen, moeten zo eerlijk mogelijk de maatschappelijke gevolgen van die maatregelen onder de aandacht brengen. Dan pas kan een samenleving op een transparante manier beslissen of ze die wil of niet. John Vandaele is journalist bij het maandblad MO*. Voordien schreef hij jaren voor de krant De Morgen over mondialisering. Vandaag publiceert hij over dat thema occasioneel in het weekblad Knack. Hij is auteur van de boeken ‘Het recht van de rijkste’ en ‘De stille dood van het neoliberalisme’. Deze vrije tribune verscheen oorspronkelijk in De Standaard van 4/2/08. |
|



categories: 

