FR
 
STARTPAGE Blogs
 
 
Ditjes en datjes naar aanleiding van de aanstelling van Ingrid De Wilde tot corporate HR-director bij Corelio
published by , on 08/11/2007

Foto De Wilde

Ingrid De Wilde is de nieuwe corporate HR-director bij Corelio. Corelio is de huidige naam van het voormalige VUM Media (daarvoor heette het bedrijf Vlaamse Uitgeversmaatschappij) en is onder meer uitgever van de kranten De Standaard, Het Nieuwsblad, De Gentenaar, Het Volk en Vers l’Avenir.

Het persbericht over de aanstelling van De Wilde dateert van 4 oktober, maar HRupdate pakte er pas vorige week, op 31 oktober, mee uit. Op 22/10 stond de info echter al in De Morgen, weliswaar verscholen in een column van mediaredacteur Brecht Decaestecker (ook gekend als ‘Brecht Hiller’ op Second Life). In dat artikel op de opiniepagina van de krant haakte hij in op de polemiek die was ontstaan als gevolg van uitspraken van Wouter Van Vandenhaute, de grote baas van Woestijnvis, over VRT-coryfee Sigrfried Bracke.

Wat het persbericht en het artikel in HRupdate niet maar Decaestecker wèl vermeldde, is dat Ingrid De Wilde de echtgenote is van voormalig VRT- en huidige Bekaert-topman Bert De Graeve. In alle berichtgeving bleef echter onvermeld dat Ingrid De Wilde ook de dochter is van de overleden roemruchte BRT-ondezoeksjournalist Maurice De Wilde. Als dusdanig is die informatie niet vindbaar op het internet, maar ze kon wel worden afgeleid uit een gegeven op de Wikipedia-pagina over Maurice De Wilde. Daar staat immers dat hij de schoonvader is van Bert De Graeve.

De in 1998 overleden Maurice De Wilde was een journalist zoals ik ze graag heb (en zoals er veel te weinig zijn): onvervaard, dwars en eigengereid. Hij was de verpersoonlijking van de terechte stelling dat een goed journalist met een slecht karakter bezegend moet zijn, een keikop is die onwrikbaar is in zijn zoektocht naar ‘de waarheid’. Zijn conflicten met het politieke en economische establishment en met de hiërarchie van de voorlopers van de huidige VRT (de BRT en diens voorganger de NIR) waren dan ook talrijk en legendarisch. Maurice De Wilde was met andere woorden een man met een missie, een soort Balzac van de Vlaamse (televisie)journalistiek. De Franse schrijver Honoré de Balzac (1799-1850), een zogenaamd romantisch schrijver wiens werk ook realistische elementen bevatte, wilde de roman als genre hervormen, heruitvinden.

De Wilde had de reputatie een journalistieke pitbull te zijn, een bijtertje en ‘spitter’ die zich vast beet in zijn onderwerp, het tot op het bot uitspitte, en weinig last had van gezagsgetrouwheid. Een van zijn meest befaamde reportages, Mijnalarm (uit 1966, over de sluiting van de Limburgse steenkoolmijnen) lokte parlementaire vragen op, werd uitgesteld en uiteindelijk in een uitgekuiste versie uitgezonden. Dat was in die tijd normaal: de media, niet enkel de openbare omroep, stonden toen nog sterk onder de rechtstreekse invloed, om niet te zeggen controle, van de politieke partijen en ideologische zuilen. Bij de openbare omroep (maar niet enkel daar) was kritische en onafhankelijke journalistiek in die dagen erg uitzonderlijk, haast onbestaande. Alle BRT-journalisten moesten hun politieke en filosofische aanhorigheid kenbaar maken bij hun aanwerving en hadden ook meestal een partijlidkaart op zak. Redacties en leidinggevende organen werden ingevuld volgens de politieke verhoudingen in het parlement. Dat gebeurde conform het toenmalige cultuurpact. De Wilde heeft nooit in dat systeem willen meestappen en stond op zijn onafhankelijkheid. Dat heeft hem belet om carrière te maken bij de openbare omroep, om er een leidinggevende functie te bekleden. In zijn streven naar onafhankelijkheid  – van àlle invloeden, zowel economische als politieke – was hij een voorloper. De eerste lichting van journalisten die letterlijk en figuurlijk geen (partijpolitieke) kleur wilden bekennen en behept waren met een meer dan behoorlijke portie kritische zin – onder meer Wiliam van Laeken, Guy Polspoel, Herman De Prins en Johan De Poorter behoorden tot die generatie –  zou pas begin jaren zeventig in dienst treden. Het waren ‘kinderen’ en adepten van (de geest van) mei ’68.

‘Dure elektriciteit’, een andere reportage van Maurice De Wilde, leidde tot een dagvaarding door een CVP-politicus (die in de uitzending geïnterviewd werd) om te beletten dat het programma of minstens toch het interview met hem zou uitgezonden worden. Hij ving bot want  het geding leidde tot een uitspraak van het Hof van Cassatie in het voordeel van De Wilde en de BRT. Het onderwerp ‘dure elektriciteit’ is vandaag trouwens nog steeds aan de orde. Onlangs maakte de openbare omroep er andermaal een puike uitzending over. Met Electrabel in het beklaagdenbankje, als schietschijf van de programmamakers. Wat dertig jaar geleden nog zorgde voor heisa, is vandaag echter de gewoonste zaak van de wereld: probleemloos kritische en bijwijlen zelf vlijmscherpe reportages, waarbij de journalisten geen blad voor de mond nemen, maken én uitzenden. Tot spijt van wie het benijdt. Wie de uitzending gemist heeft, kan het programma over Electrabel nog bekijken op YourTube.
– Deel 1 : Hoe groen is de groene energie van Electrabel?
– Deel 2 : Electrabel, melkkoe van Suez
– Deel 3 : Omkoping
– Deel 4 : De greep van Electrabel op de wetenschap
– Deel 5 : Achterkamerpolitiek
Uitgezonden tv- en/of radio-programma’s op YouTube en/of MySpace: ook dat is nieuw. Het heeft als gevolg dat de uitzending/verspreiding van programma’s nog moeilijk door het Belgische gerecht kan tegengehouden of beperkt worden. Het is wachten dus op het eerste vonnis met betrekking tot de uitzending of publicatie van een Belgisch journalistiek product op een buitenlands online medium (zoals YouTube of tal van blogplatformen). Feit is dat alvast het onderscheid tussen zogenaamde erkende beroepsjournalisten en anderen en nieuwe en traditionele media door recente rechtspraak niet meer op gaat, niet langer relevant is. Een arrest van het arbitragehof van vorig jaar erkende immers het brongeheim van bloggers (dat arrest is inmiddels omgezet in wetgeving). En door een recente uitspraak van de rechtbank van Luik in een zaak van smaad, laster en eerroof, kwam ook het wettelijke onderscheid terzake tussen erkende journalisten en klassieke media en burgerjournalisten/bloggers en nieuwsoortige/alternatieve media op de helling. Vermeende delicten op het gebied van smaad, laster en eerroof gepleegd door bloggers/burgerjournalisten zijn, volgens de Luikse correctionele rechtbank (die zich onbevoegd verklaarde), geen correctionele aangelegenheid maar een heus persdelict en dus een zaak van het hof van assisen. Maar nu dwaal ik wel erg af.

Met de reportage ‘Geen mammoets voor Antwerpen’ haalde De Wilde zich destijds de woede van het havenpatronaat op de hals. Het kostte hem een heuse degradatie tot redactiewerk en dus verbanning van de antenne en de ether.

Voor mij persoonlijk en wellicht voor nog wel meer mensen van mijn generatie is het journalistieke monument Maurice De Wilde pas echt opgevallen en bekend geraakt toen hij als BRT-verslaggever in Chili was tijdens de door de CIA bewerkstelligde/gesteunde staatsgreep (op 11 september 1973) van de rechtse militair Augusto Pinochet tegen de wettelijke linkse regering van Salvador Allende. Hij maakte er indringende en pakkende reportages over, voor de radio en de tv. Het beeld van De Wilde die manhaftig en onder het oog van gewapende putchisten enkele politieke gevangenen in een voetbalstadion een pakje sigaretten toewierp staat op mijn netvlies gebrand. Zonder overdrijven kan gesteld worden dat Maurice De Wilde gezorgd heeft voor het ontluiken van mijn politiek bewustzijn. En tevens het journalistieke vuur in me aanwakkerde.

Tijdens de eerste helft van de jaren tachtig maakte De Wilde met de achtendertigdelige historische tv-reeks ‘De nieuwe orde’ andermaal spraakmakende televisie. De serie behandelde, op diepgaande wijze (het handelsmerk van De Wilde) alle aspecten van de politieke collaboratie in Vlaanderen en België met Duitsland tijdens de tweede wereldoorlog. Uiterst-rechts Vlaanderen was verontwaardigd. Maar ook de aanhangers van Degrelle/Rex en van Van Severen/Verdinaso die met de nazi’s collaboreerden vanuit een Belgisistische gezindheid waren … gebelgd (sorry voor de flauwe woordspeling). De fine fleur van de retrograde, extreem-rechtse en eng-nationalistische stroming binnen de Vlaamse Beweging, met lieden als Lode Claes (de toenmalige directeur van het weekblad Trends) voorop, trokken alle registers open, vooral demagogische, in hun strijd tegen ‘grootinquisiteur’ en ‘nestbevuiler’ De Wilde. Grootinquisiteur en nestbevuiler waren de scheldnamen die De Wilde vanuit die kringen en hun spreekbuis het uiterst-rechtse weekblad ’t Pallieterke, naar het hoofd geslingerd kreeg. De tv-documentaire confronteerde ze immers met hun (onverwerkte) verleden. En met hun verantwoordelijkheid in de collaboratie. Wat dacht die De Wilde wel wie hij was? De term/het verwijt is destijds niet gevallen voor Bart De Wever toen zou Maurice De Wilde ongetwijfeld een ‘slechte Vlaming’ geweest zijn (zie verder).

Voor zijn reeks ‘De nieuwe orde’ kreeg Maurice De Wilde in 1982 de Geuzenprijs, een initiatief van het vrijzinnige en taalminnende Gentse studentengenootschap ‘t Zal Wel Gaan. Onder meer auteur Tom Lanoye, voormalig VRT-journalist en huidig Open VLD-politicus Dirk Sterckx en oud gouverneur Herman Balthazar waren ooit lid van de sociëteit. In 1992 was De Wilde de eerste laureaat van de Gentse Prijs voor de Democratie, een initiatief van Democratie 2000 en de vzw Trefpunt. Hij was toen echter al met pensioen. Officieel werd De Wilde in 1988 op pensioen gesteld, maar hij bleef, dank zij een speciaal voor hem uitgewerkte regeling, nog een aantal jaar verder werken aan de BRT. Hij maakte in die periode nog een aantal programma’s, onder meer over de economische collaboratie, de zender ‘Brussel’ tijdens de oorlog en over de repressie. Maar dat deed hij zonder zijn toenmalige medewerkers Etienne Verhoeyen en Philippe Van Meerbeeck. Na veelvuldige en aanhoudende conflicten met ‘keikop’ De Wilde wilden die niet meer met hem samenwerken. De Wilde had dus niet enkel met zijn superieuren en met het establishment een gespannen relatie en geregeld hommeles. Eigenlijk was hij, behalve een fantastisch onderzoeksjournalist, ook een moeilijk mens. Maar dat is kenmerkend voor alle grote journalisten en bij uitbreiding iedereen die in zijn of haar vakgebeid het verschil maakt(e). Pittig detail: Herman Verwilst, COO en deputy CEO van Fortis en verantwoordelijk voor human resources (en in een vroeger leven o.m. kabinetschef van socialistisch economieminister Willy Claes), was in die tijd en is vandaag nog steeds lid van het beschermcomité van de vzw Trefpunt. Die vzw organiseert tevens de activiteiten Bij Sint Jacobs in het kader van de Gentse feesten. Ook weinig bekend, is dat Herman Verwilst een van de ondertekenaars was van ‘Het signaal’, een oproep tot progressieve frontvorming en dito politiek dat in 1996 werd gedaan door de in 2005 overleden toenmalige progressieve VU-politicus (stapte nadien over naar Spirit) Maurits Coppieters en het toenmalige socialistisch parlementslid Norbert De Batselier (later voorzitter van het Vlaams Parlement en tegenwoordig directeur van de Nationale Bank. Hoewel De Batselier destijds probleemloos van die ene job naar de andere overstapte was hij niet te beschroomd om toch zijn royale ontslagvergoeding als voorzitter van het Vlaams parlement op te strijken. Niet verwonderlijk dus dat zijn partij in het algemeen en hijzelf nadien in zijn gemeente Dendermonde een flinke electorale pandoering kreeg.

Omwille van mijn balorigheid en slecht karakter, twee kenmerken die ik dus gemeen heb met wijlen Maurice De Wilde, kan ik opmerkingen/speldprikjes zoals die over het alles behalve fraaie en zeker weinig socialistische gedrag van De Batselier niet laten. Het is sterker dan mezelf.  Ik doe er zelf met graagte nog een schep bovenop door te stellen Verwilst en De Batselier te beschouwen als exponenten van het zogenaamde loft-socialisme, de Vlaamse versie van la gauche caviar (zie terzake het lezenswaardige boekje van Liberation-directeur Laurent Joffrin over het fenomeen bij de Franse socialisten). Was ik een cynicus, zou ik hun carrière voorwaar beschouwen als een geslaagd voorbeeld van ‘de lange mars door de instellingen’ (het stokpaartje en theoretische geesteskind van de ’68-ers Rudi Dutschke en Daniël Cohn-Bendit). En neen, ik ben geen aanhanger van het afgunst-socialisme en evenmin huldig ik een extreem egalitaire maatschappijopvatting. Ooit schreef ik geen probleem te hebben met een loonspan (tussen het hoogste en laagste loon), en bij uitbreiding vermogenspan, van 1 tot 20. Maar al de rest beschouw ik als onwenselijk want onethisch en asociaal (op termijn zelf maatschappijontwrichtend). En omdat ik toch van de hak op de tak spring: in tegenstelling tot de perceptie, is Michel De Boeck dus niet de nummer één op HR-vlak bij Fortis; waardoor zijn nominatie (en verkiezing) voor de titel van HR-manager van het jaar eigenlijk niet reglementair was. Maar dat was die van Marcel Van Aken ook niet. Niemand kijkt nog op van een strapats meer of minder van organisator Pierre Jacobs. Om überhaupt kandidaten te vinden voor zijn qua imago en reputatie ernstig beschadigde evenement/opzet, worden de eigen regels blijkbaar exstreem  soepel (lees: totaal willekeurig) toegepast – maar nu wijk ik wel erg af.

Nog een parenthesis. Het begrip dat Bart De Wever (N-VA) vorige week kreeg voor zijn stompzinnige reactie op de terechte excuses van het Antwerpse gemeentebestuur voor wat betreft het historisch bewezen antisemitisch politioneel optreden in de stad net voor en tijdens WO II, toont aan dat dergelijke (verkrampte tot zelf revanchistische) resentimenten vandaag nog altijd levend zijn; zelfs bij wie de betreffende periode niet meemaakte (zoals Bart De Wever). De Wever vond de excuses ten opzichte van de Antwerpse joodse gemeenschap gratuit en kreeg daarvoor aardig wat steun van la Flandre profonde. Die liet weten – onder meer op de website van de krant De Standaard en op diverse internetfora – fiducie te hebben met, als het al geen sympathie was voor, het standpunt van de NVA-voorzitter. Enige tijd voordien had die zelfde De Wever senaatvoorzitter De Croo ‘een slechte Vlaming’ genoemd omdat hij afstand nam en wees op de gevaren van het eng-nationalistische discour van De Wever. Een massale afkeuring van en verontwaardiging over deze uiting van een denken dat sterk aanleunt bij de verwerpelijke opvattingen over etnische zuiverheid bleef opmerkelijk genoeg uit. Wat op ze minst even zorgwekkend is dan de uitspraak van De Wever zelf over het ‘slechte Vlaming zijn’ van De Croo. Geef mij dan maar Bruno De Wever, de broer van Bart en eveneens historicus (maar dan wel prof, namelijk aan de Universiteit Gent). Die heeft tenminste de intellectuele eerlijkheid om (onder meer in zijn magistrale boek/doctoraat ‘Greep naar de macht. Vlaams-nationalisme en Nieuwe Orde. Het VNV 1933-1945’) de uiterst-rechtse en zelf fascistische ontsporing van een (belangrijk) deel van de Vlaamse beweging, niet enkel tijdens maar ook voor WO II, te erkennen/betreuren en de verantwoordelijkheid daarvan te leggen bij figuren zoals VNV-leider en latere collaborateur Staf De Clerck.

Terug naar Ingrid De Wilde. De nieuwe HR-director van Corelio studeerde rechten aan de Universiteit Gent en behaalde vervolgens ook masters in tax management (Vlekho Brussel) en business administration (Solvay Business School Brussel). Ze deed ervaring op als HR-generalist in zowel nationale als internationale omgevingen en groeide door naar functies op corporate HR-niveau bij onder meer UCB, Afga Europe en GlaxoSmithKline Biologicals. In september 2005 ging ze als vice president human resources aan de slag bij het biotechnologiebedrijf Innogenetics. Sedert 1 november 2007 is ze in functie bij Corelio.

Bij haar nieuwe werkgever zal mevrouw De Wilde zich ongetwijfeld (snel) moeten buigen over het ‘probleem’ Jobat. Want op HR-vlak draait deze Corelio-dochter vierkant. Op commercieel gebied ook trouwens, maar dat varkentje wassen behoort nu eenmaal niet tot haar bevoegdheid. Normaal gezien is die laatste klus weggelegd voor Hans De Rore. Of die echter zijn zelf binnengehaalde poulain Geert Serneels zal desavoueren is erg twijfelachtig. Serneels begon bij Jobat als sales manager maar werd omwille van de carrièreplanning van De Rore onverwacht snel gepromoveerd tot managing director. De Rore zijn aanstelling tot corporate advertsing director was immers afhankelijk van zijn vervanging als directeur van Jobat. Sinds Serneels er algemeen directeur is (juli 2006), verloor Jobat marktaandeel. Jobat zit vandaag naar verluidt op 42 % van de market share en omzet van Vacature. In 2006 was dat nog 45 ten honderd. In 2005, maar toen was De Rore nog algemeen directeur (Serneels kwam pas in september in dienst als verkoopsdirecteur) bedroeg het marktaandeel van Jobat 42 %. De stijging tussen 2005 en 2006 was nog het gevolg van het positieve elan waarvoor De Rore verantwoordelijk was (o.m. met het fameuze ‘baneneplan’, ongetwijfeld de laatste ietat intelligente/effectvolle promo-actie van Jobat). Voor het geheel van zijn activiteiten, print en online (separaat gefactureerd via de cv JobsCareer en dus retraceerbaar) bedroeg de omzet van Vacature vorig jaar 38,9 miljoen euro. Die van Jobat 17,6 miljoen euro. Maar Jobat kende het laatste jaar niet enkel een verlies van marktaandeel, het was ook geconfronteerd met een gigantisch personeelsverloop (om niet te zeggen leegloop). Die mag dan wel kleiner zijn dan De Morgen beweerde (de krant stelde dat de voorbije acht maanden niet minder dan 24 Jobat-werknemers van de 37 opstapten), het fenomeen is toch van aard om zorgwekkend te zijn. Recentelijk nog verlieten hoofdredacteur Trix Slock en HR-manager Danny Vandekerckhove (verantwoordelijk voor het HR-beleid van de business unit Jobat) het zwalpende schip uit onvrede met het beleid, sommigen spreken ronduit van wanbeleid, van Serneels.

Dat deze laatste paniekvoetbal speelt, misschien zelfs helemaal de pedalen kwijt is, blijkt onder meer uit het feit dat Jobat, sinds kort, Vacature ook achterna loopt inzake distributiewijze. Dat kopiëren van Vacature is op wel meer vlakken het geval. Het leentjebuur spelen is zowaar de tweede natuur van Jobat geworden. Maar de kopie is – mede omwille van het gebrek aan wil tot investeren – echter systematisch minder goed dan het origineel. Zo is bijvoorbeeld het magazine-concept van Jobat een zwak afkooksel van de formule die Vacature eerder en beter in de markt zette. En Jobat-tv moet eveneens de duimen leggen voo het zelfde initiatief van zijn concurrent. Idem dito met zijn covers: ook zij kunnen niet tippen aan die van de marktleider. Uit kortzichtige commerciële overwegingen bestond Jobat het zelf om op enkele weken tijd twee van zijn omslagen te verpatsen aan een adverteerder waardoor het meeneem-appeal van het blad tot nihil werd herleid. Dat is natuurlijk onverstandig en nefast voor een medium dat ook op het verkoopsmunt de strijd om de lezer aangaat en het daarbij moet hebben van de aantrekkelijkheid van zijn omslag. Die moet immers aanzetten tot meenemen van het blad. Bovendien wordt door zijn nieuwe distributiewijze in een klap afgezworen wat men jarenlang heeft verkondigd: dat voor adverteerders/rekruteerders de belangrijkste troef van Jobat is  – was dus – dat het als bijlage verspreid wordt van hoogwaardige kranten met een sterke lezersbinding, De Standaard op kop.

De huidige zoektocht van het Jobat-management naar een nieuwe hoofdredacteur loopt niet bepaald van een leien dakje. Eigenlijk is het een heuse calvarieberg. Eerst was er de genante vertoning die inhield om Dirk Remmerie, toen hoofdredacteur van Corelio-dagblad Het Nieuwsblad, voor de keuze te stellen ontslag krijgen of de leiding te nemen van Jobat. Uiteraard weigerde de man (die inmiddels chef cultuur bij De Morgen is) deze chantage. En hij kreeg zijn C4. Voorwaar een mooie staaltje van HR-beleid. Ondertussen heeft men ervaren dat het niet evident is om een ernstig journalist warm te maken om hoofdredacteur van Jobat te worden. De publicatie en haar algemeen directeur hebben immers geen al te beste reputatie in journalistenkringen. Vandaag blijkt de Jobat-directie nog weinig illusies te hebben om een gedegen en ervaren scribent voor de klus te kunnen strikken en neemt ze, noodgedwongen, haar toevlucht tot het proberen aan boord te hijsen van derderangsfiguren die het midden houden tussen veredelde copywriters en ronduit commerciële profielen.

De enige journalist met wat faam die ooit aanvaardde om hoofdredacteur van Jobat te worden, was Michel Vandersmissen. Tot voor kort was hij hoofd van de economieredactie van De Standaard, vandaag is hij hoofdredacteur van het Nieuwsblad in opvolging van Dirk Remmerie. Vandersmissen hield het bij Jobat zes maanden vol en gooide toen de handdoek in de ring. Het is een publiek geheim onder journalisten dat bij Jobat er geen echte scheiding is tussen redactie en commerciële diensten, dat de sales managers en de algemeen directeur het als normaalste zaak van de wereld beschouwen dat de journalisten naar hun pijpen dansen.  Meer zelf: de directie heeft geen kaas gegeten van wat een welbegrepen persproduct is (dat wordt gedreven door de lezer en door de inhoud, niet door de adverteerders) en het blad als een opgewaardeerde reclamefuik beschouwt.

Om af te sluiten nog een saillante maar mijn inziens relevante anekdote. Ik haal ze uit een artikel van journalist Erik Raspoet in De Morgen van 14/5/2005. In een paginagroot stuk in de weekend-bijlage Zeno verhaalt de (freelance) redacteur hoe sommige de inwoners van het Pajottenlandse dorpje Wambeke verwikkeld waren in een juridische vendetta met de familie De Graeve-De Wilde. De voormalig VRT-baas Bert De Graeve woonde destijds samen met zijn echtgenote Ingrid De Wilde in die idyllische gemeente (vandaag doen ze dat in de kustgemeente Knokke, het walhalla van de gearriveerde en zelfingenomen bovenlaag). Volgen de auteur van de reportage was  Bert De Graeve er ‘de met voorsprong meest gehate inwoner’. De reden waren de talrijke gerechtelijke klachten/procedures van het gezin De Graeve-De Wilde tegen de uitbaters van de parochiezaal recht tegenover hun woning. Het gezin dat als volslagen buitenstaander in de gemeente kwam wonen, pal tegenover de parochiezaal, stoorde zich aan het lawaai dat de exploitatie van dergelijke gelegenheid met zich meebrengt. Binnen de kortste keren nam men een advocaat onder de arm om te pogen de parochiezaal te sluiten. Daarbij werd bij ieder communiefeest, trouwpartij en andere festiviteit, de politie ingeschakeld om vaststelling te doen van vermeende geluidsoverlast en burenhinder. Ooit werd zelfs een verjaardagsfeest op politiebevel stilgelegd. De woning die de familie De Graeve-De Wilde in het dorp betrok, hield het midden tussen een herenhuis en een kasteel. ‘Alleen al het koetshuis er van is ruim genoeg om een modaal gezin te huisvesten’ noteerde journalist Raspoet. Vlak bij de zaal waren nog huizen gelegen. In het De Morgen-artikel werd melding gemaakt van het feit dat de toenmalige VRT- en huidig Bekaert-topman ooit ging polsen of de bewoners er van ook hinder ondervonden van de parochiezaal. Dat was echter niet het geval.  Ze hoorden wel eens flarden muziek, dronkemansgesprekken, het geluid van dichtslaande autodeuren en van wagens die vertrokken in het holst van de nacht. ‘Maar ja, dat wisten ze toen ze er kwamen wonen. Tenslotte stond de parochiezaal er al sinds 1936’, wisten de andere, meer verdraagzame, omwonenden te vertellen. Of hoe sommige zogenaamde ‘grote’ managers (Bert De Graeve is dit jaar genomineerd voor de titel van ‘manager van het jaar’) niet gespeend blijken te zijn van klein-menselijke trekjes.

Tot slot wens ik mevrouw De Wilde, die ik van haar noch pluimen ken, veel succes maar ook veel sterkte toe in haar nieuwe job. En hoop dat ze, als telg van een journalistieke dwarsligger en dito pain in the ass, het nodige begrip aan de dag zal weten te leggen voor deze blogpost. Desnoods mededogen heeft met zijn auteur. Als ze het maar niet persoonlijk neemt, want ik heb werkelijk niets tegen haar. Waarom zou ik trouwens, ik heb ze nooit ontmoet.

Reactions (1)

Post a reaction

Your email address will not be published. Required fields are marked *

* Comments are welcome in English, French or Dutch. Only reactions by authors who have stated their full name and e-mail address will be published. No mention of e-mail addresses will be made on the website. We only require them to enable us to contact the writer of the reaction should this prove necessary. HRMblogs.com reserves the right to delete reactions that are not in conformity with the general conditions and code of behaviour of this website.

recent reactions
 
poll

    Should an employer facilitate the practice of the Ramadan at the workplace?

    View Results

    Loading ... Loading ...

 
 
categories
 
archive
 
Disclaimer

Everything posted on this website/blog is the personal opinion of the individual contributor and does not necessarily reflect the view of BizInfo/HRMblogs or its clients, nor the author respective employer or clients.